Ben je geen GO! professional? Surf dan naar www.g-o.be, onze algemene website.
menu

Veelgestelde vragen

Thema's:

Basisdocumenten

Welke regelgevende basis geldt inzake de modernisering van de structuur en organisatie van het SO?
Decreet betreffende modernisering van de structuur en organisatie van het SO (maart 2018) 

Vanuit welke visie wil het GO! de modernisering van de structuur en organisatie van het GO! realiseren? 


Toelatings-en overgangsmaatregelen naar en binnen de 1e graad SO 

Wat zijn de toelatingsvoorwaarden tot 1A en 1B?
De leerlingen met getuigschrift BaO worden ingeschreven in 1A en de leerlingen zonder getuigschrift BaO worden ingeschreven in 1B. 
Leerlingen zonder getuigschrift BaO die uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar 12 jaar worden, kunnen op ook leeftijd in  1B terechtkomen (bijv. leerling uit het 5e leerjaar kan indien opportuun zo naar 1B overgaan).

Kan een leerling tijdens het schooljaar overstappen van 1A naar 1B?
Een overgang van 1A naar 1B tijdens schooljaar kan. Hiervoor gelden geen uiterste datum en ook geen specifieke richtlijnen. Overstappen van 1A naar 1B kan uitzonderlijk gebeuren maar is geen regulier te bewandelen piste.

Kan in de toekomst nog het getuigschrift BaO worden uitgereikt in de B-stroom?
Deze mogelijkheid blijft bestaan, het getuigschrift BaO kan ofwel eind 1B ofwel eind 2B worden uitgereikt.

Waar kan een leerling na 1A terecht?
Een leerling gaat na 1A naar 2A of naar 2B.

Waar kan een leerling na 1B terecht?
Een leerling gaat naar 2B of stroomt op naar 2A via een gunstige beslissing van de  toelatingsklassenraad.
Leerlingen die op het einde van 1B een getuigschrift BaO verwerven, voldoen ook aan de toelatingsvoorwaarden voor 1A. 

Welke procedure moet de delibererende klassenraad toepassen bij overgang van een leerling na 1A naar 2B of na 1B naar 2A in geval van studiebekrachtiging op het einde van de graad (op niveau van het structuuronderdeel)? 
Dit wordt momenteel juridisch uitgeklaard met het departement onderwijs.
Waar kan een leerling na 2A terecht?
Na 2A kan een leerling op basis van interesse en capaciteiten naar een domein / studierichting van de tweede graad doorstroom, dubbele finaliteit of arbeidsmarkt.
Een leerling kan ook in een studierichting tweede graad arbeidsmarkt terecht wanneer hij 15 jaar wordt uiterlijk op 31 december na aanvang van het schooljaar.

Waar kan een leerling na 2B terecht?
Na 2B kan een leerling naar een arbeidsmarktgerichte studierichting van de tweede graad: 

⦁ Mits een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad kan de leerling ook naar een studierichting doorstroom of dubbele finaliteit van de tweede graad.

⦁ Na het volgen van de opstroomoptie in 2B kan een leerling ook rechtstreeks (dus zonder beslissing van de toelatingsklassenraad) naar een studierichting doorstroom of dubbele finaliteit in de tweede graad.

Leerlingen kunnen na 2B ook overgaan naar 2A:

⦁ Indien ze het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in een  andere basisoptie dan de opstroomoptie op voorwaarde van een gunstige beslissing  van de toelatingsklassenraad.

⦁ Indien ze het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in de  opstroomoptie.

Ook tijdens het schooljaar kan een leerling overgaan van 2B  naar 2A op voorwaarde van een gunstige beslissing van de  toelatingsklassenraad.


Attestering eerste graad

Welke attesten kunnen op het einde van het eerste leerjaar worden uitgereikt?
Op het einde van het eerste leerjaar kunnen volgende attesten worden uitgereikt:

⦁ A-attest

⦁ A-attest met verplichte remediëring

⦁ C-attest (in uitzonderlijke gevallen)


Als verplichte remediëring wordt opgelegd bij het A-attest,  is het zowel een recht als een plicht voor de leerling, ongeacht de school van inschrijving.
Op het einde van het eerste leerjaar kan geen B-attest worden uitgereikt. In de regelgeving is voorzien dat de delibererende klassenraad de leerling na het eerste jaar kan uitsluiten voor bepaalde basisopties/pakketten in het tweede leerjaar. Het GO! ondersteunt deze mogelijkheid niet en meent dat de toegang tot alle basisopties/pakketten open moet blijven.

Welke attesten kunnen op het einde van het tweede leerjaar worden uitgereikt? 
Op het einde van het tweede leerjaar kunnen volgende attesten worden uitgereikt:

⦁ A-attest

⦁ B-attest

⦁ C-attest 


Waarom kiest het GO! om te werken met uitstel van studiebekrachtiging op het einde van de eerste graad (op niveau van een structuuronderdeel)?
Het GO! pleit ervoor om in alle scholen in de 1e graad, zowel in de A- als in de B-stroom, structureel werk te maken van studiebekrachtiging op het einde van de graad (op het niveau van een structuuronderdeel). We geven leerlingen m.a.w. twee jaar de tijd om de doelen van de basisvorming te verwerven en bouwen bewust voldoende mogelijkheden tot zelfexploratie in.

Er is 2 jaar om aan de graadsgebonden eindtermen voor de basisvorming te werken. We gaan voor A-attesten eind 1e graad en een goed onderbouwd studieadvies na de 1e graad.
Op het einde van het eerste leerjaar ontvangen alle leerlingen een attest van regelmatige lesbijwoning.

In de brochure 'Maatregelen voor flexibele leertrajecten' vind je meer vinfo over de specifieke maatregel: "Uitstellen van de studiebekrachtiging tot het einde van de graad voor alle leerlingen van een structuuronderdeel".

De beslissing om dergelijk uitstel van studiebekrachtiging in te voeren ligt bij de Raad van Bestuur van elke scholengroep. Ze geeft hieraan principiële goedkeuring via een bekrachtiging van het schoolreglement van de school.
Een passage in het schoolreglement voor dit uitstel studiebekrachtiging is voorzien in het model schoolreglement.

Welke procedure geldt indien een leerling na het eerste leerjaar van school verandert naar een school waarin men niet met uitstel van studiebekrachtiging tot het einde van de eerste graad werkt?
Attestering op het einde van de graad is een keuze van de school en is geen recht voor de leerlingen. Wanneer een leerling na het eerste leerjaar in een systeem van ‘attestering op het einde van de graad’ van school verandert naar een school die niet met dit systeem werkt, dan moet de delibererende klassenraad alsnog een oriënteringsattest (A-attest, A-attest met verplichte remediëring, C-attest) uitreiken. Een attest van regelmatige lesbijwoning volstaat dan niet en spreekt zich ook niet uit over het ‘met vrucht’ geslaagd zijn of niet. Indien de ontvangende school ook met een systeem van ‘attestering op het einde van de graad’ werkt, dan volstaat het attest van regelmatige lesbijwoning.

Leidt het niet behalen van de eindtermen basisgeletterdheid ‘automatisch’ tot een C-attest op het einde van de eerste graad?
De delibererende klassenraad blijft bevoegd voor de studiebekrachtiging, ‘automatisch’ is dus niet aan de orde. De klassenraad moet oordelen of de leerling de eindtermen basisgeletterdheid in voldoende mate heeft behaald. Wanneer er ernstige tekortkomingen zijn, zijn er wellicht ook voor de andere eindtermen problemen, waardoor er mogelijks moeilijk kan gezegd worden dat de leerling met vrucht is geslaagd. Wanneer er kan aangetoond worden dat ondanks het feit dat er maximale inspanningen werden geleverd om de leerling de eindtermen basisgeletterdheid te laten verwerven (ondersteuning, remediëring …), dan behoort een C-attest tot de mogelijkheden.


Basisopties 

Wat zijn de mogelijkheden om basisopties te programmeren?
De basisopties en beroepenvelden die de school reeds heeft worden naar het schooljaar 2020-2021 toe geconcordeerd. Deze concordantie moet gemeld worden aan het AgODi uiterlijk 1 april 2020 aan de hand van bijlage 33 bij omzendbrief SO 60.

Bijkomende basisopties in 2A en 2B zullen in het schooljaar 2019-2020 vrij geprogrammeerd kunnen worden met het oog op de oprichting op 1 september 2020. De programmatie wordt uiterlijk 1 april 2020 gemeld aan het AgODi aan de hand van het modelformulier in bijlage 4 bij omzendbrief SO 61. Bij die melding hoort een protocolakkoord van de Raad van Bestuur van de scholengroep, een  protocolakkoord van het TOC (personeelsonderhandelingen) en een protocolakkoord van de scholengemeenschap. Aangezien het hier gaat om een vrije programmatie zal de school de basisoptie in kwestie krijgen indien voldaan is aan de administratieve voorwaarden (correct ingevulde en ondertekende bijlage en protocolakkoorden). 

Let wel: de niche basisopties Kunst en Creatie in 2A én 2B zijn niet vrij programmeerbaar en gebonden aan een contingent. Dit contingent komt neer op een bevriezing van de huidige situatie. Dit wil dan ook zeggen dat de programmatie van Kunst en creatie per 1 september 2020 in de ene school slechts mogelijk is als een andere school binnen hetzelfde onderwijsnet afziet van concordantie naar Kunst en Creatie, zodat er niet geraakt wordt aan het contingent. 
Daarnaast vereist deze programmatie ook een goedkeuring door de Vlaamse Regering. 
Zie draaiboeken programmaties voor SO en BuSO.

Hoe kunnen scholen samenwerken bij het inrichten en organiseren van de basisopties? 
Zie  de mogelijkheden i.v.m. het werken met vestigingsplaatsen en met lesbijwoning in een andere school zoals beschreven in de draaiboeken op de  webpagina OOP.

Kan een leerling veranderen van basisoptie(s) tijdens het schooljaar?
Een leerling kan veranderen van basisoptie(s) tijdens het schooljaar mits een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad. De datum van 15 januari geldt hier niet meer. Die datum geldt wel vanaf tweede graad bij het veranderen van studierichting.

Bepaalt de keuze voor een basisoptie welke domeinen een leerling kan of mag volgen in de tweede graad?
Neen. 
Na de eerste graad blijven studierichtingen in alle 8 domeinen mogelijk in de tweede graad. De eerste graad is geen voorafname op de leerstof van de tweede graad.
Basisopties zorgen er voor, aanvullend op de basisvorming, dat leerlingen hun interesses, motivatie of intrinsieke mogelijkheden verder kunnen verkennen en dat ze een gemotiveerde keuze kunnen maken voor een domein en een studierichting in de tweede graad. Basisopties dragen bij tot een bredere observatie en oriëntatie van de leerling.

Op welke manier kan een school in de toekomst Latijn en Grieks aanbieden?
In het keuzegedeelte van het 1e jaar kan Latijn worden aangeboden, bijv. 2 wekelijkse lestijden op jaarbasis. Dat maakt het mogelijk dat de leerlingen daarnaast ook andere differentiatiepakketten kunnen kiezen.
Voor de basisoptie Klassieke talen (Latijn en Grieks) in het 2e jaar is er – net zoals voor de andere basisopties – een netoverschrijdend curriculumdossier met Kath.Ond.Vl., OVSG, POV en OKO ontwikkeld.
Op basis hiervan heeft het GO! vervolgens samen met POV en OVSG een leerplan ontwikkeld (in het didactisch cahier vatten we ook doelen en inhouden voor het 1e jaar).

Aan de realisatie van een basisoptie in het 2e jaar dienen 5 wekelijkse lestijden te worden besteed. We voorzien een combinatie van Latijn en Grieks waarbij Grieks ongeveer 30 lestijden inneemt. De organisatie ervan behoort tot de autonomie van de school, bijv. in projectweken, in een blok, 1 lesuur per week, …

Kan een leerling zijn specifieke studiekeuze effectief uitstellen tot het einde van het tweede jaar van de eerste graad? 
De nieuwe structuur van het secundair onderwijs garandeert dat het studiekeuzeproces getrapt verloopt en elke graad zijn rol ten volle kan spelen. 

⦁ 1e graad

In de 1e graad moet er geen studiekeuze worden gemaakt. De focus ligt er op het verder verwerven van een stevige basisvorming en het verder verkennen van capaciteiten, interesses en talenten. 
In de het 1e leerjaar wordt er voor alle leerlingen ingezet op basisvorming, daarnaast kunnen leerlingen individueel kiezen – vanuit hun interesse – tussen een aantal differentiatiepakketten die de school aanbiedt.
In het 2e leerjaar wordt dit verder gezet en maken de leerlingen bijkomend een keuze voor 1 basisoptie in 2A of een combinatie van basisopties in 2B. Vanuit het eerste leerjaar kan een leerling in principe om het even welke basisoptie in het tweede leerjaar kiezen.
Latijn: voor wie geen Latijn volgt in het 1e jaar is een overstap naar het 2e jaar Klassieke talen uiteraard inhoudelijk niet zo evident. 
De keuze voor een bepaalde basisoptie is niet bepalend voor de keuze van een studierichting in de 2e graad.

⦁ 2e graad

Na een observerende en oriënterende 1e graad maakt de leerling een keuze voor een bepaald domein op basis van interesse en voor een bepaalde finaliteit op basis van abstractievermogen. De studierichtingen in de 2e graad zijn voldoende breed zodat overgangen binnen een studiedomein en tussen bepaalde studiedomeinen nog mogelijk zijn.

⦁ 3e graad

In de 3e graad worden studierichtingen sterker en fijnmaziger geprofileerd naar inhoud en finaliteit.


Lessentabellen

Hoeveel lestijden moet een school besteden aan de realisatie van de basisvorming?
In 1A en 1B moeten minimum 27 lestijden aan de realisatie van de basisvorming worden besteed.
In 2A en 2B moeten minimum 25 respectievelijk 20 lestijden aan de realisatie van de basisvorming worden besteed. 

Kan een school meer dan 32 lesuren inrichten in de 1e graad? 
In het decreet modernisering SO is opgenomen dat het maximum aantal lesuren, die nu voorzien zijn, wordt losgelaten op voorwaarde dat de school de surplus zelf kan financieren. 
Concreet:
Art. 3 in de codex SO bevat momenteel nog volgende passage “47° voltijds secundair onderwijs:
Het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van het gewoon secundair onderwijs en van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 28 wekelijkse lesuren gedurende hetzij 40 weken per jaar hetzij 20 weken per jaar in die structuuronderdelen waarvoor de duurtijd in semesters wordt uitgedrukt en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt;”

Art. 2 in het decreet modernisering SO schrapt een deel van bovenstaande passage:
11° in punt 47° worden bij het eerste streepje de woorden “en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiëring in aanmerking komt” opgeheven;
Concreet betekent dat dat de bestaande maximum aantal wekelijkse lesuren geschrapt wordt en scholen dus vrij zijn om zelf hun maximum te bepalen. Of dat een meerwaarde biedt én haalbaar is voor scholen, is een andere vraag.
Dat is nog niet verwerkt in de omzendbrief omdat de wijzigingen die door het decreet modernisering SO aan de codex SO worden aangebracht maar ingaan vanaf 01/09/2019. Codex én omzendbrieven zullen dus gradueel nog worden aangepast door Agodi.


Sleutelcompetenties/eindtermen/curriculumdossiers/leerplannen/didactische cahiers

Welke soorten doelen zijn er in de eerste graad SO?
Het eerste leerjaar van de eerste graad bestaat uit basisvorming en differentiatie-uren.
Het tweede leerjaar van de eerste graad bestaat uit basisvorming, basisoptie(s) en differentiatie-uren.

⦁ Voor de basisvorming van de eerste graad werden er nieuwe eindtermen (inhoudelijke en transversale) ontwikkeld, goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Die eindtermen werden niet meer ontwikkeld voor vakken en vakoverschrijdende thema’s maar op basis van een nieuw ordeningskader, m.n. 16 sleutelcompetenties. Eindtermen zijn systeemdoelen op populatieniveau voor Vlaanderen.

⦁ Binnen die nieuwe eindtermen werd ook een set eindtermen basisgeletterdheid afgebakend. Dit zijn doelen die op individueel leerlingenniveau bereikt moeten worden.

⦁ Voor de differentiatie-uren werden geen doelen vastgelegd; het betreft remediëring van de basisvorming of verbreding/verdieping ervan.

⦁ Voor de basisopties werden netoverschrijdend doelen vastgelegd in een curriculumdossier voor de A-stroom en een curriculumdossier voor de B-stoom. Een curriculumdossier bevat ook de eindtermen. Curriculumdossiers worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Vanaf de tweede graad worden er per studierichting curriculumdossiers ontwikkeld.

⦁ Scholen werken niet rechtstreeks met eindtermen, noch met curriculumdossiers. Scholen moeten volgens de regelgeving werken met leerplannen, goedgekeurd door de minister van onderwijs (op advies van de onderwijsinspectie). Leerplannen bevatten leerplandoelen.



Welke soorten eindtermen onderscheiden we?
Er werden eindtermen geformuleerd voor 6 ‘inhoudelijke’ sleutelcompetenties (I) en voor 10 ‘transversale’ (T)/’gemengde (of semintransversale) (G)’ sleutelcompetenties:

1° competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn en op vlak van lichamelijke, geestelijke en emotionele gezondheid (G); 
2° competenties in het Nederlands (I); 
3° competenties in andere talen (I); 
4° digitale competentie en mediawijsheid (T); 
5° sociaal-relationele competenties (T); 
6° competenties inzake wiskunde, exacte wetenschappen en technologie (I); 
7° burgerschapscompetenties met inbegrip van competenties inzake samenleven (G);
8° competenties met betrekking tot historisch bewustzijn (I); 
9° competenties met betrekking tot ruimtelijk bewustzijn (I); 
10° competenties inzake duurzaamheid (G); 
11° economische en financiële competenties (I); 
12° juridische competenties (G); 
13° leercompetenties met inbegrip van onderzoekscompetenties, innovatiedenken, creativiteit, probleemoplossend en kritisch denken, systeemdenken, informatieverwerking en samenwerken (T); 
14° zelfbewustzijn en zelfexpressie, zelfsturing en wendbaarheid (T); 
15° ontwikkeling van initiatief, ambitie, ondernemingszin en loopbaancompetenties (T); 
16° cultureel bewustzijn en culturele expressie (G). 

De inhoudelijke sleutelcompetenties omvatten inhoudelijke eindtermen. De transversale sleutelcompetenties omvatten transversale eindtermen. De ‘gemengde’ sleutelcompetenties  omvatten zowel inhoudelijke als transversale eindtermen. De transversale eindtermen zijn dezelfde voor A- en B-stroom.
In het leerplan worden op het niveau van de sleutelcompetenties koppelingen gemaakt met vakken.

Binnen de nieuwe eindtermen zijn er ook een aantal eindtermen basisgeletterdheid vastgelegd.
Er werden voor de sleutelcompetentie Nederlands ook uitbreidingsdoelen door het Vlaams Parlement vastgelegd.

Wat is de rol van de eindtermen basisgeletterdheid? 
Dit zijn eindtermen die behaald moeten worden op het einde van de eerste graad om minimaal te kunnen functioneren in de samenleving. Vanuit die optiek werd bepaald om eindtermen basisgeletterdheid te voorzien voor de volgende sleutelcompetenties:  

⦁ competenties in het Nederlands (3 ET)  

⦁ digitale competentie en mediawijsheid (6 ET)  

⦁ economische en financiële competenties (3 ET) 

⦁ wiskundige component uit de competenties inzake wiskunde, wetenschappen en technologie (7 ET wiskunde) 

⦁ leercompetenties met inbegrip van onderzoekscompetenties, innovatiedenken, creativiteit, probleemoplossend en kritisch denken, systeemdenken, informatieverwerking en samenwerken (4 ET) 

Deze eindtermen moeten door elke leerling individueel bereikt worden op het einde van de eerste graad, zowel in de A-stroom als in de B-stroom. De eindtermen basisgeletterdheid zijn gelijk voor de A- en de B-stroom.

Wat is de rol van de uitbreidingsdoelen Nederlands? 
Voor de competenties Nederlands zijn er voor A- en B-stroom een verschillende set uitbreidingsdoelen bepaald door de overheid. Dit zijn extra doelen met een groter abstractieniveau of een hogere moeilijkheidsgraad die door een bepaalde leerlingenpopulatie kunnen worden bereikt.  De uitbreidingsdoelen Nederlands voor de B-stroom zijn gelijk aan de eindtermen voor de A-stroom.  Uitbreidingsdoelen zijn geen verplichte eindtermen. Ze kunnen aangeboden worden maar moeten niet bereikt worden. Voor alle leerlingen bieden deze eindtermen zinvolle informatie in functie van verdere studiekeuze. Voor een leerling uit de eerste graad B-stroom is het eveneens een belangrijke kans om succesvol over te stappen naar de A-stroom of een andere finaliteit in de tweede graad.  

Zijn er nog leerplannen in de vernieuwde eerste graad SO?
Ja, scholen moeten nog steeds werken met de goedgekeurde leerplannen. Dit is nog steeds een erkenningsvoorwaarde en financierings-/subsidiëringsvoorwaarde voor de school. 

POV, OVSG en GO! hebben voor de A-stroom respectievelijk voor de B-stroom een netoverschrijdend leerplan ontwikkeld. De huidige leerplannen voor aparte vakken verdwijnen en worden vervangen door deze 2 leerplannen. Ter ondersteuning van de schoolteams heeft het GO! aanvullend bij deze leerplannen didactische cahiers ontwikkeld. Hierin vinden de schoolteams extra info m.b.t. de realisatie van de leerplannen. De school heeft een grote autonomie in de wijze waarop ze de leerplandoelen realiseert.

Hoe worden de leerplandoelen m.b.t. de inhoudelijke eindtermen gerealiseerd? 
De school bepaalt welke leraar/leraren verantwoordelijk is/zijn voor het aanleren, inoefenen en evalueren van elk van de leerplandoelen m.b.t. de inhoudelijke eindtermen, de school laat zich hierbij leiden door de administratieve vakbenamingen vermeld in het leerplan. Het GO! adviseert dat per leerplandoel duidelijk in kaart gebracht wordt welke leraar/leraren de verantwoordelijkheid krijgt/krijgen voor het aanleren, inoefenen en evalueren ervan. 

Hoe worden de leerplandoelen m.b.t. de transversale eindtermen gerealiseerd?
De school bepaalt welke leraar/leraren verantwoordelijk is/zijn voor het aanleren, inoefenen en evalueren van elk van de leerplandoelen m.b.t. de transversale eindtermen, rekening houdend met de decretale bepalingen ter zake (zie onderstaande tabel).  Het GO! adviseert dat per leerplandoel duidelijk in kaart gebracht wordt welke leraar/leraren de verantwoordelijkheid krijgt/krijgen voor het aanleren, inoefenen en evalueren ervan.

Naamloos.png


Hoe worden de leerplandoelen m.b.t. de eindtermen basisgeletterdheid gerealiseerd?
De school bepaalt welke leraar/leraren verantwoordelijk is/zijn voor het aanleren, inoefenen en evalueren van elk van de leerplandoelen m.b.t. de eindtermen basisgeletterdheid. Uiteraard zal de leraar die de inhoudelijke of transversale eindtermen realiseert ook de gerelateerde eindtermen basisgeletterdheid opnemen. Als een leraar bijvoorbeeld de hem toegekende eindtermen wiskunde realiseert, is het logisch dat hij/zij ook de gerelateerde eindtermen basisgeletterdheid opneemt. 
Wat betreft evaluatie geldt: indien een gerelateerde eindterm bereikt wordt, is automatisch ook de eindterm basisgeletterdheid bereikt. Indien een gerelateerde eindterm echter niet bereikt wordt, moet de school kunnen staven of de eindterm basisgeletterdheid bereikt is. Als blijkt dat deze eindterm basisgeletterdheid niet bereikt is, dient de school hier eerst en vooral op in te zetten via een geïndividualiseerd leertraject.

Terug naar boven

Welke leerplandoelen hebben een impact op de attestering?
De evaluatie van de niet-attitudinale leerplandoelen (zowel m.b.t. inhoudelijke als m.b.t. transversale eindtermen) maakt deel uit van de attestering. 
De evaluatie van de attitudinale leerplandoelen (zowel m.b.t. inhoudelijke als m.b.t. transversale eindtermen) maakt geen deel uit van de attestering. 

Hebben de leerplandoelen m.b.t. de eindtermen basisgeletterdheid een impact op de attestering?
Een leerling dient in principe alle leerplandoelen basisgeletterdheid te bereiken om de overgang te maken naar de tweede graad.  In uitzonderlijke gevallen kan de klassenraad gemotiveerd beslissen dat een individuele leerling een eindterm basisgeletterdheid niet moet bereiken.

De klassenraad moet oordelen of de leerling de leerplandoelen m.b.t. basisgeletterdheid in voldoende mate heeft behaald. Wanneer er ernstige tekortkomingen zijn, zijn er wellicht ook voor de andere leerplandoelen problemen, waardoor er mogelijks moeilijk kan gesteld worden dat de leerling met vrucht is geslaagd. Wanneer er kan aangetoond worden dat ondanks het feit dat er maximale inspanningen werden geleverd om de leerling de leerplandoelen m.b.t. basisgeletterdheid te laten verwerven (ondersteuning, remediëring …), dan behoort een C-attest tot de mogelijkheden.

De leerling kan overstappen naar het eerste leerjaar van de tweede graad arbeidsmarkt als de leerling de leeftijd van 15 jaar heeft bereikt uiterlijk op 31/12 volgend op de aanvang van het schooljaar. 

Hebben de leerplandoelstellingen m.b.t. de uitbreidingsdoelen Nederlands een impact op de attestering?
De evaluatie van de leerplandoelstellingen m.b.t. de uitbreidingsdoelen Nederlands heeft geen impact op de attestering. Ze kan wel bijkomende informatie verschaffen voor de advisering door de klassenraad.  

In welke mate kunnen de levensbeschouwelijke vakken meewerken aan realisatie van de leerplandoelen m.b.t. de transversale eindtermen?
Levensbeschouwelijke vakken kunnen meewerken aan de realisatie van de leerplandoelen m.b.t. de transversale eindtermen. Levensbeschouwelijke vakken bieden immers extra oefencontexten voor de leerlingen wat die leerplandoelen betreft.
De evaluatie van die leerplandoelen binnen de levensbeschouwelijke vakken komt niet in aanmerking voor de attestering.








Nieuws