Ja, je hebt (recht op) een GO! account en toegang tot GO! pro.
Contacteer de personeelsdienst van het Huis van het GO!.
Drie meerderjarige stemgerechtigde leden worden gecoöpteerd op voorstel van het college van directeurs.
Kandidaten moeten meerderjarig zijn op 1 april 2026. Het college van directeurs onderzoekt of aan deze voorwaarde voldaan is, alvorens de kandidaat voor te stellen.
Uiterlijk op 18 februari beslist het college van directeurs welke personen zullen worden voorgesteld voor coöptatie. Het college van directeurs stelt aan de hand van het formulier ‘KRVB7 kandidaten coöptatie’ minstens drie kandidaten voor en motiveert het voorstel. Het college van directeurs bezorgt het KRVB7 aan de voorzitter van het kiesbureau.
Managementraad (Mara) over de stemgerechtigdheid in het college van directeurs
Het uitgangspunt dat wordt gehanteerd om te bepalen of een directeur lid is van het college van directeurs is of de directeur effectief de bevoegdheden uitoefent zoals bepaald in artikel 14 BDGO. Het stemgerechtigd lid zijn van het college van directeurs is dus gekoppeld aan het effectief uitoefenen van het ambt van directeur.
1. Regelgevend kader
Art. 26 van het bijzonder decreet betreffende het gemeenschapsonderwijs (BDGO) voorziet een limitatieve opsomming van wie deel uitmaakt van het college van directeurs:
- de directeurs van de scholen die tot de scholengroep behoren;
- en de directeur van het CLB dat tot de scholengroep behoort.
Deze leden zijn stemgerechtigd.
Het BDGO bevat geen definitie van “directeurs van de scholen”, maar bepaalt in artikel 14 BDGO wel de bevoegdheden die worden toebedeeld aan de directeur: de algemene en pedagogische organisatie van de school; het schoolwerkplan; het opstellen van het schoolreglement; het vaststellen van de ambtsbevoegdheden van de personeelsleden; [...].
2. Wie is stemgerechtigd lid in het college van directeurs?
De algemeen directeur van de scholengroep?
De algemeen directeur wordt niet mee vermeld in art. 26 BDGO in de samenstelling van het college van directeurs. In art. 27, §2 wordt wel bepaald dat de algemeen directeur het college van directeurs voorzit.
Als we dit plaatsen tegenover art. 21, §1 BDGO, waarin de algemeen directeur wél mee wordt opgelijst onder de samenstelling van de raad van bestuur (zij het met raadgevende stem), leiden we hieruit af dat de decreetgever niet dezelfde bedoeling had voor het college van directeurs.
Art. 5, §3 BDGO bepaalt de verschillende entiteiten die de scholengroep besturen, nl. de algemene vergadering, de raad van bestuur, het college van directeurs en de algemeen directeur. Hieruit volgt dat de algemeen directeur als een apart bestuursorgaan wordt gezien. De algemeen directeur zit dan wel het college van directeurs voor, maar valt overeenkomstig het BDGO niet onder de samenstelling van het college van directeurs.
De algemeen directeur voert ten slotte niet effectief de bevoegdheden uit die overeenkomstig art. 14 aan een directeur van een school werden toegewezen.
De algemeen directeur is geen stemgerechtigd lid van het college van directeurs.
CODI en DICO?
De CODI en DICO hebben een coördinerende functie en zijn doorgaans niet verbonden aan een school waarop ze de bevoegdheden zoals bepaald in art. 14 BDGO effectief uitoefenen.
CODI’s en DICO’s zijn geen stemgerechtigde leden van het college van directeurs, tenzij ze ook nog het ambt van directeur effectief uitoefenen in een school.
2.3 Directeurs van de onderwijsinternaten, leersteuncentra en welzijnsvoorzieningen?
De directeurs van de onderwijsinternaten, leersteuncentra en welzijnsvoorzieningen vallen tot op heden niet onder het toepassingsgebied van het BDGO. Het advies van de Mara dd. juni 2023 is nog steeds van toepassing:
Gelet op de bevoegdheid en werking van het college van directeurs die strekt over de hele scholengroep heen en gelet op het feit dat de onderwijsinternaten en leersteuncentra deel uitmaken van hun scholengroep, is het wenselijk hen effectief te betrekken bij het beleid en de werking van de scholengroepen, en zo een vruchtvolle samenwerking en informatiedeling tussen de directeurs van àlle onderwijsinstellingen aan te moedigen, wordt het aangeraden de directies van de onderwijsinternaten, leersteuncentra en welzijnsvoorzieningen te laten deelnemen aan het college van directeurs met raadgevende stem. Op die manier oefenen zij een adviserende bevoegdheid uit.
Diensthoofden en scholengroepmedewerkers die op papier directeur zijn van een school?
Diensthoofden, beleidsondersteuners, en andere personeelsleden bij een scholengroep met een onderliggende benoeming als directeur van een school, maar die hun functie (zoals omschreven in art. 14 BDGO) niet effectief uitoefenen, maken geen deel uit van het college van directeurs.
Deze personen zijn geen stemgerechtigde leden van het college van directeurs.

