Ja, je hebt (recht op) een GO! account en toegang tot GO! pro.
Contacteer de lokale gegevensbeheerder van je scholengroep.
Ruud Lelieur onderzoekt als doctor in de onderwijswetenschappen academisch optimisme. Ruben Vanrusselt is directeur van GO! atheneum Martinus Bilzen. Op zijn school brengt hij het begrip zoveel mogelijk in de praktijk.
Drie bouwstenen die elkaar versterken
Academisch optimisme steunt op drie elementen. Ten eerste is er doelmatigheid: het geloof dat je als leerkracht impact hebt op het leren van leerlingen. Ten tweede is er vertrouwen tussen leerkrachten, leerlingen en ouders. Ten derde is er de focus op leren, met hoge verwachtingen voor elke leerling.
Cruciaal is dat die elementen op elkaar inwerken. Academisch optimisme is geen keuze tussen leren of welbevinden, maar de combinatie van beide. “Het is absoluut een en-en-verhaal”, benadrukt Ruud Lelieur. Inzetten op instructietijd, routines en leerwinst betekent niet dat je verbondenheid of welbevinden loslaat. Integendeel: vertrouwen en veiligheid vormen de basis waarop leren plaatsvindt. Zonder veilige omgeving durven leerlingen bijvoorbeeld geen fouten maken, nemen ze geen eigenaarschap en stokt het leerproces.
Scholen en leerkrachten maken het verschil
Ruud Lelieur: “Academisch optimisme ontstond een twintigtal jaar geleden in de VS. In 2018 startte ik er mijn doctoraatsonderzoek rond en sindsdien verspreidt het zich ook hier meer en meer.”
In essentie draait academisch optimisme om de gedachte dat je als school impact hebt op het leren van leerlingen. “Dat klinkt logisch,” zegt Lelieur, “maar in de praktijk sluipt er vaak twijfel in. Externe factoren zoals thuissituatie, taalachterstand of motivatie lijken soms bepalender dan wat er in de klas gebeurt. Academisch optimisme keert dat perspectief om. Het vertrekt vanuit het idee dat leerkrachten en scholen ertoe doen. Wie overtuigd is dat hij iets kan veranderen, zal hogere verwachtingen stellen. Van daaruit groeit vertrouwen dat leidt tot betere prestaties, wat ook de doelmatigheid dan weer versterkt. Zo ontstaat een dynamiek die betere prestaties mogelijk maakt.”
Doorbreken van cirkelredeneringen
Lelieur: “Heel belangrijk is het doorbreken van cirkelredeneringen. We gedragen ons te vaak volgens bepaalde verwachtingen. We gaan er bijvoorbeeld van uit dat meisjes beter zijn in taal en jongens in wiskunde, ook al heeft dat geen wetenschappelijke grond. Maar doordat we ons gedragen naar die veronderstelling, wordt die net bevestigd. Zo leggen we vaak onbewust de lat lager. Als we bijvoorbeeld nog maar denken dat iemand thuis geen Nederlands spreekt, stellen we al meteen onze verwachtingen bij.”

Academisch optimisme vertrekt vanuit het basisgeloof dat alle leerlingen kunnen leren en leerkrachten en scholen daar invloed op hebben.
— Ruud Lelieur
“Als we voor alle leerlingen de lat hoger willen leggen, is de eerste stap om ons bewust te worden van die foute veronderstellingen. Academisch optimisme vertrekt van het basisgeloof dat alle kinderen kunnen leren. En daarmee bedoelen we alle soorten leren: theoretisch, praktisch en artistiek.”
Focus op wat je wél kan veranderen
Ruben Vanrusselt: “Ik merk vaak dat we problemen in het onderwijs ervaren als oncontroleerbaar en permanent. We denken: we kunnen er niets aan veranderen. Dat noemen we extern attribueren en leidt vooral tot frustratie en machteloosheid.”
“Belangrijk is dat we kijken naar wat wél controleerbaar is. Externe factoren spelen zeker een rol, maar focus vooral op wat je zelf kan veranderen in je lesaanpak, bijvoorbeeld via effectieve didactiek of differentiatie. Kijk ook naar wat je als team kan aanpassen.”
>>> Tip! Ruben Vanrusselt gaf een uitgebreid voorbeeld in een ander artikel op GO! Pro. Dat lees je hier.
Ruud Lelieur: “Het is een goede academisch optimistische reflex om je bij elk probleem af te vragen of het echt zo permanent en oncontroleerbaar is. Wat kunnen we zelf doen? Zo breng je het terug naar de invloedssfeer van leerkracht en school. Dat is zowel een individuele als een collectieve verantwoordelijkheid.”
Academisch optimisme is voor mij een kompas om keuzes te maken: past iets binnen onze schoolvisie én binnen dat concept, dan gaan we ervoor.
— Ruben Vanrusselt

Academisch optimisme is voor mij een kompas om keuzes te maken: past iets binnen onze schoolvisie én binnen dat concept, dan gaan we ervoor.
Hoge en positieve verwachtingen hebben impact
De richting Humane Wetenschappen in Bilzen is een voorbeeld van hoe academisch optimisme er in de praktijk kan uitzien. Ruben Vanrusselt: “Wij zetten die richting bewust neer als een sterke, ambitieuze studiekeuze. Leerkrachten werken intens samen en stemmen hun leerdoelen af. Zo dagen we leerlingen uit en leggen we de lat hoog. Tegelijk waarderen we de richting op via initiatieven die van buiten de klas komen, zoals het uitnodigen van externe sprekers. Zo groeit een leeromgeving waarin kennis, betrokkenheid en zelfvertrouwen samengaan. Leerlingen voelen dat hun werk ertoe doet en gedragen zich daar ook naar. Dat is academisch optimisme: hoge verwachtingen koppelen aan kansen om ze waar te maken.”
Academisch optimisme begint bij de gedeelde overtuiging dat elke leerling kan leren en elke leerkracht het verschil kan maken. Door hoge verwachtingen te koppelen aan vertrouwen, veiligheid en een focus op leren, ontwikkelt zich een schoolcultuur waarin leerlingen meer kansen krijgen.


