Ja, je hebt (recht op) een GO! account en toegang tot GO! pro.
Contacteer de lokale gegevensbeheerder van je scholengroep.
“Hoe kunnen we de eerste graad van onze B-stroom anders en beter aanpakken?” Die vraag stelde campus Drie Hofsteden zich tien jaar geleden. Lieselot Vermeeren is er directeur van de eerste graad. “We merkten een grote diversiteit in leerbehoeften en nood aan ondersteuning en zorg. Ook het welbevinden van leerlingen en leerkrachten kwam onder druk te staan en de leerstof werd niet altijd goed verwerkt. We voelden dat we op deze manier onze doelen niet bereikten.”
Het team ging daarom op zoek naar een andere organisatie van het leren. “We zijn over het muurtje gaan kijken bij andere scholen van het GO!”, vertelt Lieselot. “Daar zagen we voorbeelden van zelfstandig leren en een driesporenbeleid. Vanuit die ideeën zijn bij ons de nesten gegroeid.”

De verschillen tussen leerlingen waren groot. Het team moest dus zoeken hoe het beter kon inspelen op wat elke leerling nodig had.
— Lieselot Vermeeren, directeur 1e graad GO! athena campus Drie Hofsteden
Een vertrouwd nest met kernleerkrachten
Een nest is een vaste leeromgeving die voor de leerlingen snel vertrouwd aanvoelt. De lokalen liggen bij elkaar en een klein team van kernleerkrachten begeleidt dezelfde groep. Leerkrachten geven verschillende vakken en staan altijd met twee voor de groep. Er wordt ingezet op talent en interesse, begeleiding op maat en maximale leerwinst bij iedere leerling met ruimte en tijd om te excelleren.
“De leerlingen krijgen eerst een stevige instructie en oefenen een eerste keer met de leerkracht”, zegt Lieselot. “Daarna gaan ze begeleid zelfstandig aan het werk. Omdat er twee leerkrachten zijn, kunnen ze voortdurend schakelen.”
Die zelfstandigheid vraagt net veel structuur. Vaste routines, planborden en sjablonen helpen leerlingen stap voor stap hun eigen leerproces meer in handen te nemen.
Ei, kuiken of vogel: screenen om te differentiëren
Na de instructie volgt een korte oefening om te bepalen welk niveau het best past bij het oefenen van de leerinhoud: ei, kuiken of vogel, noemen wij dat. Daarna gaat de leerling met de bijbehorende oefeningen aan de slag.
Zo kan binnen dezelfde groep op verschillende snelheden en niveaus worden gewerkt. Wie meer uitleg nodig heeft, krijgt die. Wie sneller vooruitgaat, kan verdiepen of excelleren. Leerlingen werken met een weekplanning en tijdens flexuren is er ruimte voor remediëring en extra uitdaging. Ook in de A-stroom staan intussen wekelijks flexuren op het programma.
Taal krijgt daarbij bijzondere aandacht. De school investeert al jaren in taalontwikkelend lesgeven en screent gericht op taalnoden. Die ondersteuning loopt door in verschillende vakken, zodat leerlingen ook daar hulp krijgen om de leerstof te begrijpen en verder te groeien.
In het tweede jaar B-stroom is er bovendien een ‘traject dubbel’ voor leerlingen die kunnen opstromen naar de dubbele finaliteit. “We hebben leerlingen die die overstap effectief en succesvol hebben gemaakt”, zegt Lieselot.
In het 2e jaar B-stroom is er een ‘traject dubbel’ voor leerlingen die kunnen opstromen naar de dubbele finaliteit. We hebben leerlingen die de overstap effectief en succesvol hebben gemaakt
— Lieselot Vermeeren

Uitbreiding nestwerking
Omdat de aanpak in de eerste graad goed liep, werd het nestdenken ook doorgetrokken in de tweede en derde graad arbeidsmarktgerichte finaliteit. In de dubbele en doorstroomfinaliteit zet de school gericht in op remediëren en excelleren via de flexwerking.
“Het helpt leerkrachten om op alle verschillende noden in te spelen”, zegt Kelly Desimpelaere, directeur van campus Drie Hofsteden. “We hebben vijf nesten gecreëerd rond de studierichtingen in de arbeidsmarktgerichte finaliteit. Per nest werkt een team van vijf à zes leerkrachten samen. In de A-stroom, dubbele en doorstroomfinaliteit gebruiken we de flexuren om te remediëren of te excelleren binnen de leerinhouden wetenschappen en talen.”
Meer samenhang tussen vak en praktijk
Voor Kelly maakt die samenwerking het ook mogelijk om projectmatiger te werken. De school heeft onder meer een didactisch kapsalon en restaurant. Wat daar in de praktijk gebeurt, kan in andere lessen later worden hernomen. “Als een leerling in de keuken bijvoorbeeld moeite heeft met het afmeten voor een bechamelsaus, kan een leerkracht algemene vorming daarop inspelen in een volgende les of tijdens flex,” zegt Kelly.

Binnen hetzelfde nest kan de ene leerling extra uitleg krijgen, terwijl een andere al een stap verder gaat.
— Kelly Desimpelaere, directeur GO! athena campus Drie Hofsteden
Inspectie ziet sterke klaspraktijk
Begin 2026 kreeg de school bezoek van de onderwijsinspectie. Zeker voor de leer- en ontwikkelingsgerichte didactische aanpak kreeg Drie Hofsteden applaus.
“Ik hoor hen nog zeggen: we zien dat het ook met deze diverse groep leerlingen anders kan”, vertelt Kelly. “Ze waren heel lovend over onze B-stroom, de nestwerking en flexuren. Ze zagen leerlingen die hier graag zijn en leerkrachten die bewust voor deze manier van werken kiezen.”
Ook de drie pijlers van de schoolvisie kwamen tijdens de doorlichting sterk naar voren: traject op maat, maximale leerwinst en graag naar school gaan. Daarbij kreeg ook het taalontwikkelend lesgeven aandacht, dat bewust in verschillende vakken terugkomt. “Ze zagen dat maximale leerwinst geen lege doos is, maar dat dit ook echt op de klasvloer gebeurt”, zegt Lieselot.
De nestwerking is vandaag stevig ingebed in de B-stroom van Drie Hofsteden, maar ze is niet af. Wat tien jaar geleden begon als een antwoord op de grote verschillen in de B-stroom, blijft zo verder groeien met de leerlingen en het schoolteam. Dit verspreidt zich via flexuren ook verder naar de A-stroom, dubbele en doorstroomfinaliteit.


