Ja, je hebt (recht op) een GO! account en toegang tot GO! pro.
Contacteer de lokale gegevensbeheerder van je scholengroep.
Bob spreekt uit ervaring. Hij was jarenlang zelf directeur en is nu coördinerend directeur secundair onderwijs bij GO! scholengroep Gent: “Ik weet zeer goed hoe zwaar de job is. Als directeur voel je je verantwoordelijk voor alles: leerlingen, ouders, personeel, continuïteit en kwaliteit. Maar daardoor dreig je ook veel te laten liggen waarmee je eigenlijk structureel bezig zou moeten zijn.”
Daar zit volgens hem een grote spanning in het onderwijs. Scholen hebben vaak een sterke pedagogische visie die leeft in het team en vaak ook voelbaar is tot op de klasvloer. Maar de stap naar strategische planning, concrete acties, opvolging en bijsturing blijft moeilijk. “Je SOP kan een goede regieassistent zijn die je helpt om beslissingen gericht te nemen in lijn met je pedagogische visie,” vindt Bob. “Het is in elke school op zijn minst de denkoefening waard.”
Minder planlast door duidelijke richting
Voor Bob Podevijn begint het bij de manier waarop scholen naar hun schoolontwikkelingsplan kijken: “Een SOP mag geen verplicht nummertje zijn en ook niet het zoveelste ingevulde Word-sjabloon omdat het nu eenmaal moet.”
“Een goed schoolontwikkelingsplan neemt volgens mij juist planlast weg. Het helpt een school om prioriteiten te stellen en die vast te houden. Je SOP helpt je sturen, richting geven en houdt je bij de les. Je kan structureel opvolgen wat je op lange termijn hebt afgesproken en bijsturen waar nodig.”
Een goed schoolontwikkelingsplan neemt juist planlast weg. Het helpt je sturen, richting geven en bij de les blijven. Zo kan je structureel opvolgen én bijsturen.
— Bob Podevijn, coördinerend directeur GO! scholengroep Gent
“Het is belangrijk dat we de manier herdenken waarop we naar het SOP kijken. Naast de eigen schoolvisie moet het ook ruimte bieden om bijvoorbeeld het ambitieplan van het GO! en een aanpak op basis van data te verankeren in de schoolwerking. Het is ook een prima hulpmiddel om richting te geven aan de verdere professionalisering van je team. Je ziet duidelijk waar je als school naartoe wil en welke competenties daarvoor nodig zijn.”
De agenda van de dag
Een grote valkuil in ons onderwijs is dat je agenda elke dag opnieuw wordt bepaald door wat zich het eerst aandient. Een incident, een vraag van ouders, een praktisch probleem: het vraagt allemaal aandacht.
Bob Podevijn: “Het is een maatschappelijk probleem dat we van een directeur verwachten dat die op elk moment van de dag kan schakelen. Dat staat grondig en structureel beleid al te vaak in de weg. Je kan niet voldoende bezig zijn met beleid als je voortdurend de eindeloze vraagbaak van de school bent. Ik merk dat in veel scholen dezelfde verzuchting leeft.”
Je kan niet voldoende bezig zijn met beleid als je voortdurend de eindeloze vraagbaak van de school bent.
— Bob Podevijn, coördinerend directeur GO! scholengroep Gent
Bob zegt dat zonder verwijt. Hij weet waarom directeuren dat doen. “Een directeur voelt zich verantwoordelijk. Ik heb zelf ook gepoetst en geverfd. Het gaat er niet over dat je je daar te mooi voor voelt. Maar je voelt wel dat je ondertussen laat liggen wat je eigenlijk écht zou moeten doen.”
Je SOP kan helpen om de realiteit te organiseren. “Het kan vermijden dat je ’s morgens je bureau binnenkomt en de eerste die zich aandient je agenda bepaalt. Een schoolontwikkelingsplan helpt om opnieuw gericht met beleid bezig te zijn en naar de juiste zaken te kijken.”
Weg van de eilandenlogica
Podevijn ziet ook kansen om meer samen te werken tussen scholen. “Wanneer scholen voor hun ontwikkelingsplan een gelijkaardige taal en structuur gebruiken, wordt het makkelijker om van elkaar te leren. Maar dat is niet evident. Vaak halen directeuren hun energie uit hun intrinsieke motivatie om het onderwijs beter te maken vanuit hun eigen ervaring en ideeën. Dat mogen we zeker niet wegnemen.”
“Anderzijds verschillen schoolcontexten, maar blijft onderwijs ook onderwijs. We moeten niet in elke school telkens opnieuw hetzelfde uitvinden. Als je voor een ontwikkelingsplan een gelijklopend model gebruikt, kan je naast elkaar gaan zitten. Hoe pak jij dat aan? Wat kunnen wij daarvan leren? We zijn te vaak eilandjes naast elkaar die hetzelfde doen. Door meer dezelfde taal te spreken, kan je de kracht van intervisie en samenwerking veel beter gebruiken.”
Elke school heeft haar eigen context, maar onderwijs blijft onderwijs. Net daarom helpt het om met een gelijklopende taal en structuur te werken. Dan kan je echt leren van elkaars aanpak.
— Bob Podevijn, coördinerend directeur GO! scholengroep Gent
Ook data horen in dat verhaal. “Als je zegt: met deze actie willen we dat resultaat bereiken, dan moet je ook bepalen welke data dat resultaat kunnen aantonen. Op die manier kan je ook gaan bijsturen als het doel niet bereikt wordt. Een uniformer gebruik van data en ICT-platformen kan scholen helpen om dezelfde taal te spreken. De Datawijzer is zeker een vooruitgang, maar het kan nog beter.”
“Door op een meer uniforme manier te werken, geloof ik dat een schoolontwikkelingsplan scholen echt kan helpen om efficiënter om te gaan met de schaarse tijd en middelen.”
Voor Bob is het schoolontwikkelingsplan (SOP) geen doel op zich. “Het model zelf doet er minder toe. Het gaat over de manier waarop je het gebruikt. Het gaat over de cultuuromslag die we moeten maken, van verplicht nummer naar praktisch instrument.” Zijn oproep is helder: haal het SOP uit de kast en geef het een plek in de dagelijkse werking als regieassistent. Zo houdt het plan je bij de les en kan je samen blijven werken aan beter onderwijs.


