Ja, je hebt (recht op) een GO! account en toegang tot GO! pro.
Contacteer de lokale gegevensbeheerder van je scholengroep.
Cathy Famaey werd acht jaar geleden directeur-coördinator (basisonderwijs) bij GO! scholengroep Invento. Ze merkte hoe sterk de scholen van elkaar verschilden in hun visie en aanpak. “Ik wilde onze scholen van bij de start sterker met elkaar verbinden”, vertelt Cathy. “Daarom hebben we vanuit de visie van de scholengroep een pedagogisch kompas ontwikkeld: een gedeeld kader voor hoe we naar leren en onderwijs kijken.”
Om ook de leerkrachten daarin mee te nemen, richtte Invento collega-groepen op. Daarin komen een paar keer per jaar leerkrachten uit hetzelfde leerjaar, maar uit verschillende scholen, samen. Het zijn schooloverstijgende professionele leergemeenschappen waarin ervaringen en praktijken worden gedeeld. “Voor die groepen zochten we ook een inhoudelijke focus”, zegt Cathy. “We kozen voor zelfregulerend leren (ZRL), omdat dat raakt aan de essentie van onderwijs: hoe leren leerlingen eigenlijk leren?”

We wilden scholen sterker met elkaar verbinden. Met een gedeeld pedagogisch kompas en schooloverstijgende collega-groepen hebben we daar stap voor stap een gemeenschappelijke leercultuur van gemaakt.
— Cathy Famaey, directeur-coördinator GO! scholengroep Invento
Iedereen dezelfde taal
Voor de uitwerking van zelfregulerend leren koos Invento voor het model van Zimmerman. Dat onderscheidt drie fasen in het leerproces: voorbereiding, uitvoering en reflectie. Binnen dat kader werken ze met 21 vaardigheden. Ook motivatie krijgt er een belangrijke plaats in.
“Er bestaan verschillende modellen, maar wij kozen voor Zimmerman omdat daar veel wetenschappelijk onderzoek rond bestaat”, zegt Cathy. “Dat gaf ons een stevig kader om op verder te bouwen.”
Minstens even belangrijk: het model zorgt voor een gemeenschappelijke taal binnen de scholengroep. Sommige scholen werkten voordien al rond leren leren of zelfstandigheid, maar gebruikten andere begrippen. Dankzij het gedeelde kader kunnen leerkrachten veel gerichter spreken over bijvoorbeeld plannen, monitoren of attributie.
Voor Christine Claessens, directeur van GO! basisschool Vennebos, zorgde dat ook voor een mentaliteitswijziging op haar school. “Leerkrachten dachten over ZRL vaak: oei, komt dit er nu nog bij? Terwijl ze veel van die vaardigheden al gebruikten in hun lessen. Nu benoemen we ze expliciet en spreken we er binnen de scholengroep dezelfde taal over. Het grootste verschil is dat je die vaardigheden ook bewust en expliciet aanleert.”
Nu we schooloverstijgend dezelfde taal spreken, zien leerkrachten dat ZRL niet iets extra’s is. Veel van die vaardigheden pasten ze al toe, alleen benoemen en gebruiken we ze nu veel bewuster.
— Christine Claessens, directeur van GO! basisschool Vennebos

Zelfstandigheid moet je aanleren
Zelfregulerend leren betekent niet dat leerlingen zomaar zelf bepalen wat ze doen. De vaardigheden worden expliciet uitgelegd, ingeoefend en herhaald.
Christine geeft een eenvoudig voorbeeld. “Vroeger zei een leerkracht misschien: neem een hoofdtelefoon, want jij moet je concentreren. Nu willen we dat een leerling zelf weet: voor deze taak heb ik rust nodig, dus ik neem een hoofdtelefoon. Straks werk ik samen met een klasgenoot en dan zet ik hem weer af.”
Ook plannen gaat verder dan een to-dolijst afvinken. Leerlingen leren vooraf nadenken over volgorde, tijd en de hulp die ze nodig hebben. Achteraf bekijken ze of hun aanpak werkte. “Je moet ZRL eigenlijk als een curriculum beschouwen”, zegt Christine. “Je kunt niet verwachten dat kinderen die vaardigheden vanzelf beheersen.”
Korte feedbackgesprekken zijn daarbij essentieel. “Je loopt rond en vraagt: wat ben je aan het doen en waarom pak je het zo aan?”, zegt Christine. “Dan hoor je meteen waar een leerling zit in zijn leerproces.”
Cultuur van samen leren
De collega-groepen hielpen om ZRL in de basisscholen te laten landen. Intussen zijn er binnen Invento ook drie andere professionele leergemeenschappen die specifiek rond zelfregulerend leren werken. Ze bestaan uit kleine groepen van maximaal acht deelnemers die vijf keer per jaar samenkomen. “In een PLG brengt iedereen kennis en praktijkvoorbeelden mee. Je kiest samen een doel en leert van elkaar.”
Net het schooloverstijgende karakter maakt dat sterk. Zo zag Cathy hoe een voorbeeld uit het secundair buitengewoon onderwijs meteen ideeën losmaakte bij collega’s uit het basisonderwijs. “Ze begonnen spontaan te bespreken hoe ze dat naar hun eigen context konden vertalen. Zonder zo’n leergemeenschap zouden die mensen elkaar waarschijnlijk nooit ontmoeten.”
Ook buiten de bijeenkomsten vinden leerkrachten elkaar makkelijker. Ze nemen inzichten mee naar hun eigen school en verspreiden die verder in hun team. Zo wordt kennis niet alleen gedeeld, maar ook duurzaam verankerd.
Basis voor andere veranderingstrajecten
Niet elke Invento-school werkt op exact dezelfde manier met ZRL. Dat hoeft volgens Cathy ook niet. “Onze scholen verschillen. Het moet kunnen landen volgens de eigen context. Maar iedereen kent wel hetzelfde model en spreekt dezelfde taal.”
Na jaren werken aan zelfregulerend leren ziet Invento de collega-groepen intussen ook als een blauwdruk voor andere veranderingstrajecten. Dezelfde aanpak kan gebruikt worden om nieuwe onderwijsontwikkelingen schooloverstijgend te laten landen.
Dankzij de collega-groepen kennen leerkrachten elkaar beter en vinden ze elkaar ook buiten de bijeenkomsten. Zo maak je van een groep scholen echt een scholengroep.
— Cathy Famaey
Continuïteit is volgens Cathy de sleutel: “Blijf kloppen op dezelfde nagel!” Dezelfde visie moet op verschillende niveaus en op verschillende momenten blijven terugkomen. Zo groeit zelfregulerend leren stap voor stap uit tot een gedeelde leercultuur binnen de hele scholengroep.


