Ja, je hebt (recht op) een GO! account en toegang tot GO! pro.
Contacteer de lokale gegevensbeheerder van je scholengroep.
De sterke digitalisering in Vlaanderen biedt kansen om leren te verrijken, maar legt tegelijk nieuwe verantwoordelijkheden bij ouders en het onderwijs. De focus verschuift van “toegang tot technologie” naar “kwalitatief, kritisch en evenwichtig gebruik”.
Belangrijke prioriteiten zijn:
- versterken van digitale en AI-geletterdheid;
- bewaken van gelijke onderwijskansen;
- inzetten op mediawijsheid;
- aandacht voor welzijn en digitale balans;
- uitbouwen van een doordachte hybride leeromgeving.
De uitdaging ligt in het vinden van een evenwicht tussen innovatie en inclusie, zodat alle leerlingen kunnen deelnemen aan een steeds digitalere samenleving.
Digitalisering is de norm, niet langer een keuze
Bijna alle Vlamingen beschikken over digitale toestellen en toegang tot internet. Voor onderwijs impliceert dit dat digitale tools en leerplatformen een vanzelfsprekend onderdeel zijn van het leerproces. Tegelijk verschuift de aandacht van toegang naar effectief en kritisch gebruik. Het bezit van technologie garandeert immers niet dat leerlingen er sterk mee kunnen omgaan.
Smartphone als centraal toestel
De smartphone is het dominante toestel in het dagelijks leven van leerlingen en ouders. Ook voor leren, communicatie en organisatie speelt dit toestel een steeds grotere rol. Dit biedt kansen voor mobiel leren en snelle interactie, maar stelt scholen voor keuzes rond:
- afleiding en concentratie;
- schermtijd;
- duidelijke afspraken over gebruik in de klas.
Een doordacht smartphonebeleid blijft noodzakelijk en draagt ook de voorkeur weg van de leerlingen.
Toenemende schermtijd
De stijgende schermtijd, aangstuurd door allerlei apps en AI, zet welzijn onder druk. Aandacht is nodig voor:
- digitale balans;
- focus en concentratie;
- fysieke en mentale gezondheid.
Scholen kunnen richting geven via afspraken, didactiek en sensibilisering.
Doorbraak van AI vraagt om nieuwe competenties
2025 is het jaar van de grote doorbraak van generatieve AI. Het gebruik ervan breekt door, kan leren ondersteunen (bv. bij opzoeken, samenvatten, oefenen) maar vraagt nieuwe vaardigheden, zoals:
- kritisch omgaan met AI-output;
- begrijpen van beperkingen en biases;
- ethisch gebruik (plagiaat, transparantie).
Onderwijs speelt een sleutelrol in het ontwikkelen van deze AI-geletterdheid.
Digitale kloof verschuift naar vaardigheden en ondersteuning
Hoewel toegang tot technologie hoog is, blijven er belangrijke verschillen bestaan:
- Niet elke leerling heeft voldoende toestellen thuis.
- Financiële drempels spelen bij software en abonnementen.
- Digitale vaardigheden en ondersteuning verschillen sterk.
Voor onderwijs betekent dit dat gelijke onderwijskansen creëren niet alleen gaat over toestellen voorzien, maar ook over begeleiding, oefenkansen en ondersteuning op maat.
Toenemende technologieparadoxen bij leerlingen
Leerlingen ervaren technologie tegelijk als noodzakelijk en belastend. Er is een groeiend spanningsveld tussen:
- efficiëntie en gemak;
- afhankelijkheid en verlies aan controle.
Dit vertaalt zich in bezorgdheden rond schermgebruik, mentale belasting en digitale balans. Scholen hebben een rol in het ontwikkelen van mediawijsheid en welzijnscompetenties.
Veranderend mediagebruik beïnvloedt leren
Jongeren halen informatie steeds vaker uit sociale media en online platformen. TikTok en Instagram worden beschouwd als pure informatiezenders. Klassieke informatiekanalen verliezen terrein. Mediawijsheid wordt een kerncompetentie bij jongeren. Dit heeft directe gevolgen voor onderwijs:
- Er is nood aan kritische informatievaardigheden.
- Men moet leren omgaan met desinformatie.
- Bronnen dienen geëvalueerd.
Digitale dienstverlening en hybride aanpak
De samenleving evolueert naar digitale dienstverlening, maar niet iedereen kan volledig mee. Ook in onderwijs blijft een hybride aanpak essentieel. Er is dus nood aan:
- een combinatie van digitaal en fysiek lesgeven;
- alternatieven voor wie digitaal minder sterk staat;
- aandacht voor inclusie in communicatie met anderstalige of laaggeletterde ouders.


