Ja, je hebt (recht op) een GO! account en toegang tot GO! pro.
Contacteer de lokale gegevensbeheerder van je scholengroep.
Beste GO! collega,
Een schooljaar voorbereiden was altijd al een complexe opdracht voor schooldirecteurs. Maar zelden was ze zo zwaar als nu. Dat heeft alles te maken met de opeenstapeling van veranderingen en nieuwe regelgeving die op onze scholen afkomt.
Het basisonderwijs start in september met een aanzienlijk deel van de nieuwe minimumdoelen en ons bijbehorende leerplan. Die omschakeling naar een kennisrijk curriculum vraagt heel wat van schoolteams. Daarnaast zijn er nieuwe regels rond taal en taalondersteuning. Zowel in het basisonderwijs als in het secundair onderwijs zorgt de hervorming van de levensbeschouwelijke vakken voor kopzorgen. Directies geven aan dat de vakken nog moeilijk of zelfs helemaal niet te organiseren zijn. Daarnaast krimpt het aantal pedagogische studiedagen en het aantal evaluatiedagen om examens af te nemen en klassenraden te houden. Ook is er vanaf september de verplichting om leerlingen van de eerste en tweede graad secundair op school op te vangen als een leerkracht het eerste of het laatste lesuur afwezig is. Opvang organiseren is al niet eenvoudig, die opvang pedagogisch nuttig invullen is onmogelijk, zo luiden een aantal directeurs de alarmklok.
Grenzen van haalbaarheid
In het GO! delen we de overtuiging dat kwaliteitsvol onderwijs voor élke leerling een blijvende opdracht is. Verandering is daardoor onvermijdelijk, maar we moeten erkennen dat onze directeurs vandaag op grenzen botsen. Niet op de grenzen van hun engagement, maar op die van haalbaarheid. Zij moeten ervoor zorgen dat elk uur ingevuld raakt, dat elke klas gedragen wordt door een team, dat leerlingen niet het slachtoffer worden van organisatorische knelpunten. Wanneer directeurs aangeven dat onderwijs nog nauwelijks te organiseren is, dan moeten we dat ernstig nemen. Dan moeten we naar oplossingen kijken. En die zijn er.
Als antwoord op de verzuchtingen heeft de Vlaamse Regering beslist dat scholen de inductiemiddelen ook voor andere doelen mogen inzetten. Die middelen, bedoeld om startende leerkrachten extra aanvangsbegeleiding te geven, kunnen directeurs nu aanwenden om bijvoorbeeld de levensbeschouwelijke vakken te organiseren. Ook komt er een gedoogjaar voor een aantal maatregelen. Dat geeft scholen enige ademruimte. Maar het is geen structurele oplossing.
Ruimte om te groeien
Waar schooldirecteurs al enkele jaren op vastlopen, is iets fundamentelers: het kader waarin ze moeten werken beweegt niet mee. Het personeelsstatuut in het onderwijs is historisch gegroeid in een andere tijd, met andere verwachtingen en een andere realiteit. Vandaag verwachten we flexibiliteit, samenwerking, differentiatie en permanente professionalisering. Maar het huidige personeelsstatuut laat dat moeilijk toe. Laten we daarom samen met de overheid en de sociale partners snel en doortastend werk maken van een debat over de onderwijsloopbaan dat uitmondt in een nieuw statuut. Een statuut dat ruimte biedt om te groeien, om te specialiseren, om samen sterker te worden als team. Een loopbaan die vertrekt van talenten en van wat scholen nodig hebben om hun opdracht waar te maken. Voor leraren betekent dat: meer kansen om hun sterktes in te zetten en zich professioneel te ontwikkelen. Voor directeurs betekent dat: meer ademruimte om hun teams samen te stellen, om keuzes te maken, om verantwoordelijkheid op te nemen. Voor leerlingen betekent dat uiteindelijk: beter onderwijs. En dat is tenslotte wat we allemaal willen.
Koen Pelleriaux
Afgevaardigd bestuurder


