Ja, je hebt (recht op) een GO! account en toegang tot GO! pro.
Contacteer de lokale gegevensbeheerder van je scholengroep.
Beste GO! collega,
In het onderwijs maken we graag en vaak plannen. Plannen om ons onderwijs beter te maken, om onze leerlingen nog beter voor te bereiden op de samenleving die zij zullen bouwen. Dat is niet nieuw. Generaties voor ons hebben dat gedaan, en vermoedelijk zullen ook generaties na ons dat doen. Het is ook niet verkeerd, want vaak gaat het om geïnspireerde én inspirerende plannen. Maar goede plannen zijn zinloos als we ze op de plank laten liggen. We moeten ze ook uitvoeren.
Op studiereis in Londen maakte ik samen met de algemeen directeurs van onze scholengroepen kennis met het Research School Network, een netwerk van scholen die evidentie in de praktijk omzetten. Dankzij de korte lijnen tussen plannen en testen groeit in die scholen de kans dat plannen effectief worden uitgevoerd. Waar ze in het begin van hun werking dachten dat het voldoende zou zijn om onderzoek toegankelijk te maken voor scholen, zoeken ze nu naar manieren om te stimuleren dat scholen het onderzoek toepassen. Kortom, van dissemineren naar mobiliseren. Van hopen dat inzichten gebruikt worden naar het stimuleren en checken dat ze gebruikt worden. Daar kunnen we iets van leren.
Professionele autonomie en individuele vrijheid
Het voorbeeld uit Londen zet ook op een ander vlak aan het denken. Het Research School Network werkt met prescriptieve handleidingen voor het personeel. In die handboeken staat omschreven hoe teamleden in concrete situaties moeten handelen. Die manier van werken, die in veel sectoren gangbaar is, lijkt op het eerste gezicht haaks te staan op de vrijheid van leerkrachten. Op hun professionele autonomie. Maar dat is niet zo.
Onderwijzen wordt vaak gezien als een professie waarvan de beoefenaren wel weten wat ze moeten doen en hoe ze dat moeten doen. Dat is volgens mij een verkeerd begrip van wat een professie is. Professionele autonomie betekent niet dat de individuele beoefenaar handelt naar eigen inzicht en gemoed. Professionele autonomie wil zeggen dat beoefenaren van de professie samen uitzoeken wat het beste werkt. Cardiologen onderzoeken bijvoorbeeld welke behandeling het best werkt bij hartritmestoornissen, en eens zij de best werkende procedure hebben bepaald, is er geen cardioloog die ze niet zal volgen in naam van de individuele vrijheid. Professionele autonomie is de collectieve intelligentie van het beroep volgen, niet het buikgevoel van de individuele beoefenaar. Samen bereiken we meer. In het geval van de cardiologie is dat: minder mensen die overlijden aan hartproblemen.
Visie tot op elke klasvloer
Ook in het onderwijs weten we wat echt werkt. Uit analyse van resultaten en uit gesprekken met de 26 algemeen directeurs komen telkens dezelfde drie voorwaarden voor een sterke onderwijskwaliteit naar voren: een duidelijke visie die gedragen is door een stabiel en voldoende opgeleid schoolteam, en een sterke leider aan het hoofd van dat team. Het maakt niet zoveel uit of de visie regelvast of meer gedisciplineerd is, of bijvoorbeeld steunt op de principes van Dalton. Belangrijk is dat heel het team in dezelfde richting kijkt. Het draagvlak daarvoor ontstaat door leiderschap en door het samen ontwikkelen van de visie. Dit betekent dat we ook weten wat er moet gebeuren om de onderwijskwaliteit op te trekken. Want waar het nog te vaak aan ontbreekt is dat sterke visies en plannen tot op elke klasvloer doordringen. Een goede manier om daar wel in te slagen lijkt mij handleidingen en scripts ontwikkelen voor en in schoolteams. Dat is geen inperking van de professionele autonomie van leerkrachten. Ik denk integendeel dat we leerkrachten de voorbije jaren te veel aan hun lot hebben overgelaten.
Het is dus onze opdracht als GO! om de lat hoog te leggen voor onze schoolteams én ervoor te zorgen dat ze erover gaan. Door bovenal te kijken naar de essentie van onderwijs: de interactie tussen leerkrachten en leerlingen op de klasvloer.
Koen Pelleriaux
Afgevaardigd bestuurder


