Ja, je hebt (recht op) een GO! account en toegang tot GO! pro.
Contacteer de lokale gegevensbeheerder van je scholengroep.
Beste GO! collega,
Besparen is een realiteit in het onderwijs. Dat debat kunnen we niet ontwijken. De budgettaire krapte van de Vlaamse overheid raakt heel de samenleving, dus ook het onderwijs. Maar de manier waarop je bespaart, bepaalt of je een onderwijssysteem versterkt of verzwakt. En precies daar wringt het vandaag. De maatregelen die tijdens deze legislatuur al genomen zijn en andere die nog op tafel liggen, wegen structureel zwaarder op het officieel onderwijs. En op het Gemeenschapsonderwijs in het bijzonder. Dat raakt aan het evenwicht in ons onderwijslandschap.
De hervorming van de levensbeschouwelijke vakken is voor een jaar in de koelkast gezet, maar ze is nog niet definitief van de baan. Ze moest 100 miljoen euro opleveren door onder meer leerlingen van de kleinere levensbeschouwelijke vakken per graad of over meerdere jaren samen te zetten. Een besparing die het GO! hard zou raken, want ons net heeft de grondwettelijke plicht om alle levensbeschouwingen aan te bieden. Dat geldt niet voor alle netten. De bijkomende werkingsmiddelen die het GO! hiervoor krijgt zouden bovendien gehalveerd worden. De hervorming van de levensbeschouwelijke vakken ligt opnieuw op tafel tijdens de komende begrotingsgesprekken.
Daarnaast is er de dubbele besparing op het volwassenenonderwijs. Door de combinatie van hogere inschrijvingsgelden en minder middelen voor omkadering komt een sector onder druk te staan die essentieel is voor een leven lang leren. Als gevolg zien onze Centra voor Volwassenenonderwijs gemiddeld twaalf voltijdse leerkrachten verdwijnen. Omdat het Gemeenschapsonderwijs historisch een groot marktaandeel heeft in het volwassenenonderwijs, raakt deze besparing ons net bijzonder hard. Financieel maar ook in zijn rol als sociale hefboom.
Vrijheid van onderwijs
Een derde besparing die een grotere impact heeft op het GO! is die op de degressiviteit in het secundair onderwijs. Scholen krijgen een basispakket middelen voor een vast aantal leerlingen. Per schijf bijkomende leerlingen zijn er extra middelen voorzien, maar degressief. Uit die bijkomende middelen knipt de overheid nu tien procent. Omdat de scholen van het GO! gemiddeld kleiner zijn dan die van het vrije net, rekenen ze vooral op de eerste bijkomende schijf van middelen. Die pot geld is de grootste, en dus betekent een besparing van tien procent ook een grotere hap uit het budget. Dat gaan onze scholen bijzonder hard voelen.
De geplande rationalisatie van het studieaanbod voegt daar nog een laag aan toe. Rationaliseren is zinvol, want er zijn te veel richtingen, vooral in de derde graad van het secundair onderwijs. We hebben er alle belang bij om het aanbod helder en kwalitatief te houden. Maar de voorgestelde aanpak die enkel het onderscheid tussen officieel en vrij onderwijs maakt en niet tussen alle netten, beperkt de facto de keuzevrijheid van ouders. Wanneer een GO! school een richting niet meer mag aanbieden omdat een andere officiële school dat al doet, dan schuurt dat met de essentie van onderwijsvrijheid. Ouders kiezen niet zomaar een richting. Ze kiezen een school, een pedagogisch project, een visie. Dat is hun grondwettelijk recht.
Evenredige inspanningen
Als je al deze maatregelen samenlegt, dan kan je moeilijk anders dan vaststellen: dit zijn geen evenwichtige besparingen. Dit is een reeks van keuzes die het officieel onderwijs onevenredig treft. Dat is bevreemdend – en eerlijk gezegd ook moeilijk te verantwoorden – voor een overheid die zelf de grondwettelijke opdracht heeft om onderwijs van de Vlaamse gemeenschap in te richten. En dat laatste is uiteraard precies wat het GO! is.
Daarom zullen we bij de beleidsmakers blijven aandringen op evenredige inspanningen om de besparingen in het onderwijs te dragen. Maar meer nog zal het GO! zijn waarde tonen door voorop te lopen op de weg naar een sterkere onderwijskwaliteit. Door onze sterke leerplannen naar elke klasvloer te brengen, door een positief leef- en leerklimaat te creëren, door duurzame scholen te bouwen, door te werken aan een krachtige aanvangsbegeleiding. En met meer dan 45.000 geëngageerde leerkrachten als ambassadeurs voor kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen die leert in het Gemeenschapsonderwijs.
Koen Pelleriaux
Afgevaardigd bestuurder


