Ja, je hebt (recht op) een GO! account en toegang tot GO! pro.
Contacteer de lokale gegevensbeheerder van je scholengroep.
An Eeman is directeur onderwijskwaliteit binnen GO! scholengroep 20. Zij volgt de onderwijskwaliteit op van tien basisscholen in Zuid-Oost-Vlaanderen. Al tien jaar verzamelt, analyseert en bespreekt ze toetsresultaten op drie niveaus: die van de scholengroep, de school en de klas. Zo toont de scholengroep hoe data richting geven aan didactiek, ondersteuning en professionalisering.
Data analyseren én interpreteren
“In onze scholengroep gebruiken we verschillende genormeerde toetsen”, zegt An. “Naast de LVS-toetsen voor wiskunde en spelling volgen we ook de AVI-, KOALA-, OVSG- en Vlaamse toetsen. De resultaten vergelijken we met het Vlaams gemiddelde, maar we nemen altijd de context en leerlingenkenmerken mee.”
Die context maakt het verschil. Data verklaren niet alles vanzelf. “Een zwakke score kan wijzen op een didactisch probleem, maar evengoed op een klas die al meermaals van leerkracht moest wisselen. Je moet cijfers dus altijd goed interpreteren.”
Spectaculaire resultaten voor spelling
Datagestuurd werken maakt knipperlichten zichtbaar. “In 2019 scoorde onze scholengroep opvallend zwak op spelling. Slechts 53 procent van de leerlingen haalde het gewenste niveau. Daar was duidelijk iets aan de hand.”
An vroeg de werkboeken spelling van alle basisscholen op en toetste die aan wetenschappelijk onderzoek over effectieve spellingdidactiek. “Ik kwam eropuit dat ongeveer tachtig procent van de inhoud niet voldeed. De werkboeken lieten leerlingen te weinig nadenken over spellingregels.”
Samen met een zorgcoördinator, een directeur en een logopedist ontwikkelde ze op drie maanden tijd een nieuwe spellingaanpak. De werkboeken verdwenen. In de plaats kwamen een duidelijke leerlijn, expliciete instructie, wisbordjes, veel inoefening en onmiddellijke feedback.
“Al snel zagen we vooruitgang in de cijfers. Bij de laatste toetsing zat zelfs 82 procent van onze leerlingen op het gewenste niveau. Dat is een spectaculaire evolutie. Op basis van data zijn we gekomen tot een andere didactiek, die vervolgens tot betere resultaten heeft geleid.”

Op basis van data kwamen we tot een andere didactiek, die vervolgens tot betere resultaten heeft geleid. Zo zie je dat cijfers pas waarde krijgen als je ze vertaalt naar wat er in de klas gebeurt.
— An Eeman
Ook leren uit wat goed loopt
Data detecteren niet alleen problemen. Ook sterke resultaten kunnen een hefboom zijn. Als een klas uitzonderlijk goed scoort, onderzoekt An welke aanpak daarachter zit.
“Een klas in het eerste leerjaar had opvallend goede scores op de AVI-toets. Het leesniveau lag duidelijk hoger. Toen ik ging kijken wat die leerkracht anders deed, bleek dat zij de leerinhouden van technisch lezen had versneld. Leerlingen gingen sneller over naar het lezen van zinnen. Als test hebben we die aanpak ook in een andere school ingevoerd, en ook daar zagen we al snel hetzelfde positieve resultaat.”
Ook bij vernieuwende leeromgevingen gebruikt GO! scholengroep 20 data om keuzes op te volgen. In nieuwbouwprojecten werken scholen met open leeromgevingen, instructieruimtes, teamteaching en zelfregulerend leren. Deze leerlingen presteren op de testen vergelijkbaar met hun leeftijdsgenoten. Daarnaast laten ze een vooruitgang zien op het vlak van welbevinden, sociale interactie en academisch zelfconcept (i.e. hoe een leerling de eigen prestaties en leervaardigheden inschat en evalueert)."
Data helpen niet alleen knipperlichten te zien, maar ook om succes op te pikken. Als een klas opvallend goed scoort, zoeken we uit wat de leraar anders doet en hoe andere scholen daaruit kunnen leren.
— An Eeman
Richting geven aan professionalisering
Data worden nooit gebruikt om een leerkracht te viseren. “Het is altijd een gedeelde verantwoordelijkheid”, zegt An. “We kijken samen: wat zien we, wat kan de verklaring zijn en welke ondersteuning is nodig. Daarom zetten we ook sterk in op mensen.”
Na zwakke resultaten op de KOALA-test bij de kleuters kreeg een van de schoolteams intensieve pedagogische ondersteuning, met een sterke focus op interactief voorlezen. Door samen te analyseren, te oefenen en bij te sturen, evolueerde de school van rood en oranje naar groen, zelfs met een hogere OKI-index.
Ook professionalisering vertrekt uit wat de data tonen. De scholengroep wierf een taalcoach en een wiskundecoach aan die scholen begeleiden op de klasvloer. Pedagogische studiedagen worden afgestemd op wat uit de analyses naar voren komt. Zo geven data richting aan de ondersteuning die nodig is om de leerkwaliteit te verhogen.
Professionalisering vertrekt bij ons uit wat de data tonen. Zo weten we waar teams ondersteuning nodig hebben en kunnen we ons beleid daarop afstemmen.
— An Eeman

Test gericht, niet overmatig
In GO! scholengroep 20 is datagestuurd werken intussen deel van de schoolcultuur. “In het begin is dat voor velen wennen. Maar het is ons nooit opgelegd. Wij doen dit al jaren vanuit onze eigen motivatie. Ondertussen kunnen we ook bewijzen dat het werkt.”
Tegelijk waakt An over de balans. Data zijn alleen zinvol als ze bijdragen aan beter onderwijs. “Overmatig toetsen heeft geen meerwaarde. Daarom maken we bewuste keuzes over welke toetsen we verplicht afnemen en wanneer. Je kan kinderen niet voortdurend testen. Je moet gericht kijken welke informatie je nodig hebt en wat je ermee gaat doen.”
Volgens An Eeman is er zoveel informatie beschikbaar dat het zonde zou zijn om die niet te gebruiken. De resultaten in GO! scholengroep 20 tonen dat datagestuurd werken de onderwijskwaliteit kan versterken, zolang cijfers altijd gekoppeld blijven aan context, didactiek en ondersteuning. “Sceptici zijn altijd welkom om bij ons een kijkje te komen nemen. Ik kan ze altijd overtuigen… ook met data.”


