Ben je geen GO! professional? Surf dan naar www.g-o.be, onze algemene website.
menu

Gezondheid in de de klas

​Gezondheid in de klas

Hoe vertaalt het gezondheidsbeleid zich op het niveau van de leerkracht en leerling in de klas? In het GO! speelt elke leerkracht een sleutelrol in de brede basiszorg voor leerlingen. Een leerkracht is immers niet enkel een  lesgever, een vakinhoudelijk expert, maar ook een opvoeder die aandacht heeft voor het welbevinden en de totale ontwikkeling van de leerling.

Wat betekenen de begeleidingsdomeinen PGZ en PSF op de klasvloer? Per strategie van de gezondheidsmatrix wordt een korte duiding en voorbeelden gegeven.

Gezondheid in de klas_Pagina_1b.jpg

Educatie

Onder de strategie 'educatie' verstaan we alle initiatieven die de school neemt om leerinhouden – kennis, vaardigheden en attitudes – over gezondheid actief aan te brengen.

De leerplandoelen en eindtermen omvatten veel doelen die gelinkt zijn aan leefstijl en gezondheid (fysiek, emotioneel en sociaal). Ook vak- en leergebied overschrijdend kunnen leerlingen veel vaardigheden aanleren in de klas. Het didactisch en pedagogisch handelen van elke leraar draagt bij tot het ontwikkelen van vaardigheden die de (fysieke, emotionele en sociale) gezondheid van leerlingen bevorderen! Leraren wachten niet tot zich een probleem voordoet, maar handelen pro-actief om de gezondheid van alle leerlingen te stimuleren.

 

Enkele voorbeelden:

  • Leerlingen krijgen les over een gezonde levensstijl;
  • Doorheen de verschillende leerjaren, maken leerlingen kennis met eerste hulp bij ongevallen;
  • Gezondheidsvaardigheden: leerlingen leren gezondheidsinformatie analyseren en er de juiste conclusies voor zichzelf kunnen uittrekken;
  • Het zelfvertrouwen van de leerlingen wordt versterkt door o.a. een positief zelfbeeld te stimuleren;
  • De veerkracht van leerlingen wordt versterkt (het vermogen om zich aan te passen aan stress en tegenslag en daar misschien zelfs sterker uit te komen);
  • Leerlingen leren emoties benoemen en reguleren;
  • De probleemoplossingsvaardigheden van leerlingen worden versterkt;
  • De sociale vaardigheden worden gestimuleerd (leren samenleven);
  • De weerbaarheid wordt gestimuleerd. Deze vaardigheid kunnen leerlingen in vele situaties benutten, om de eigen grenzen met betrekking tot seksualiteit te bewaken, om neen te zeggen als vrienden een sigaret aanbieden, om op te komen voor de eigen waarden,…;
  • Leerlingen begeleiden om hun eigen identiteit te ontwikkelen;
  • Leerlingen leren omgaan met autonomie.
Omgevingsinterventies

De strategie 'omgevingsinterventies' omvat aanpassingen in de fysieke of sociale schoolomgeving. Die veranderingen maken van de gezonde keuze de meest voor de hand liggende keuze.

Een gezonde levensstijl is niet louter een individuele keuze. De keuzes van de leerlingen op je school worden minstens even hard beïnvloed door hun fysieke en sociale omgeving. De fysieke omgeving en het sociaal klimaat dragen samen bij tot een stimulerende en gezonde leeromgeving voor de leerling in de klas. Enkele voorbeelden…

       EEN GEZONDE FYSIEKE KLASOMGEVING:

  • Er worden prikkelarme momenten  en/of plaatsen voorzien in de klas;
  • Het klaslokaal is veilig en netjes;
  • De klas beschikt over ergonomisch meubilair voor de leerlingen;
  • De klas wordt regelmatig verlucht;
  • Er worden beweegtussendoortjes voorzien;
  • Leerlingen kunnen water drinken in de klas.

       EEN GEZONDE SOCIALE KLASOMGEVING:

  • Een positief pedagogisch klasklimaat;
  • Sterke sociale verbondenheid van de leerling met de klasgroep;
  • Een positieve relatie tussen de leraar en de leerlingen;
  • Een sociaal veilige en voorspelbare klasomgeving;
  • Een autoritatieve pedagogische stijl die een veeleisende en gedisciplineerde aanpak combineert met een responsieve aanpak;
  • De leraar die het gezonde voorbeeld toont.

 

Afspraken en regelgeving

Onder de strategie 'afspraken en regels' verstaan we afspraken of regels in het school- en arbeidsreglement, maar ook informelere afspraken, zoals een individuele leraar die leerlingen toelaat om water te drinken tijdens de les. Ook wetgeving en de juiste randvoorwaarden, zoals voldoende mankracht en budget, krijgen hier een plaats.

De leraar maakt en coacht basisafspraken in de klas. Hieronder vallen bijv. afspraken over het al dan niet mogen drinken van water tijdens de les, maar ook omgangsregels met de leraar en medeleerlingen tijdens de les. De gekozen afspraken hebben een positieve invloed op het gezondheidsgedrag van de leerlingen.

Wat bij overtredingen? Consequent reageren draagt bij tot een voorspelbaar en sociaal veilig klasklimaat.

Een voorbeeld:

het realiseren van een effectief klasmanagement, bv. door heldere afspraken te maken en duidelijke grenzen te stellen. Dit houdt o.a. in dat gewenst gedrag positief bekrachtigd wordt, maar ook dat ongewenst gedrag gesanctioneerd wordt. Van leraren die een verbindend positief contact met hen hebben, zullen leerlingen ook makkelijker afspraken en grenzen accepteren.

Zorg en begeleiding

Onder de strategie 'Zorg en begeleiding' verstaan we alle activiteiten i.f.v. vroegdetectie (1) en vroeginterventie (2).

In deze strategie beoogt men om (1) tijdig op te merken wanneer het niet goed gaat met een leerling om passende zorg te kunnen voorzien en (2) leerlingen met een gezondheidsprobleem (fysiek, emotioneel of sociaal) optimaal te laten participeren in de klas. Bijkomend is het ook belangrijk dat de leerlingen zelf weten hoe ze bij een leraar terecht kunnen in geval van bijv. pesten. Wanneer situaties zijn draagkracht overstijgen, zal de leraar problemen signaleren en ondersteuning van andere actoren inroepen (klassenleraar, leerlingenbegeleider, …). 

Enkele voorbeelden:

  • De leraar merkt op dat een vrolijke jongen er sinds enige tijd onverzorgd en vermoeid bijloopt. De leraar bespreekt dit met de leerling. Dit toont aan de leerling dat de leraar de verandering heeft opgemerkt en dat de leraar bezorgd is om de leerling. Tijdens het gesprek toetst de leraar zijn eigen observatie aan de beleving van de leerling en verduidelijkt de leraar de verwachtingen over het gewenst gedrag;
  • De leraar merkt op dat een leerling al tweemaal betrokken is bij een vechtpartij tijdens de speeltijd en bespreekt dit met de leerling. Samen gaan ze o.a. op zoek naar een andere manier om met de boosheid/frustratie om te gaan;
  • Een kleuterleider heeft de indruk dat één van de kleuters andere kinderen dwingt om zich uit te kleden. Hij bespreekt dit met de kleuter om na te gaan wat er aan de hand is en stelt gerichte vragen rond de mate van toestemming, vrijwilligheid, gelijkwaardigheid, ontwikkeling, context en zelfrespect om de ernst in te schatten. De verdere reactie hangt af van de vlag die aan het incident wordt gegeven (zie vlaggensysteem van Sensoa).
  • Een leerling die na een operatie langdurig afwezig is, volgt de les thuis via Bednet;
  • De leraar spreekt met een leerling die snel boos wordt af waar hij tot rust kan komen en hoe hij nadien opnieuw kan aansluiten bij het klasgebeuren