Ben je geen GO! professional? Surf dan naar www.g-o.be, onze algemene website.
menu

Heeft een personeelslid X dat niet benoemd werd inzage in het persoonlijk dossier van het personeelslid Y die benoemd werd, in het benoemingsbesluit, in de beslissing en in de stukken die door de Raad van Bestuur gehanteerd werden?

Het personeelslid X dat niet benoemd werd heeft recht op inzage, uitleg en afschrift van het benoemingsbesluit, de beslissing en alle stukken waarop het benoemingsbesluit gebaseerd is.

Personeelslid X vraagt dus inzage in documenten die informatie van persoonlijke aard bevatten. In dit geval moet nagaan worden of X het vereiste belang heeft. Aangezien X niet benoemd werd, heeft hij/zij het vereiste belang.

Door deze documenten in te kijken kan personeelslid X zijn/haar aanspraken op de benoeming tegen die van de benoemde persoon afwegen en op grond daarvan de deugdelijkheid van de Waarom? aan een inhoudelijke kritiek onderwerpen.

Maar personeelslid X heeft geen recht op inzage in het persoonlijk dossier van personeelslid Y. Het persoonlijk dossier omvat meer gegevens dan de gegevens waarop de Raad van Bestuur zich gesteund heeft om een beslissing te nemen. De mededeling van dit volledige dossier kan afbreuk doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Artikel II. 34, 2° Bestuursdecreet is hier van toepassing.

Openbaarmaking kan wel als personeelslid Y (dit is de persoon voor wie de openbaarmaking van de informatie een inbreuk vormt op zijn persoonlijke levenssfeer), alsnog instemt met de openbaarmaking.

Waarom?

Artikel II. 40, §3 van het Bestuursdecreet bepaalt wat onder informatie van persoonlijke aard wordt verstaan: informatie die betrekking heeft op een beoordeling of een waardeoordeel, of die de beschrijving van een gedrag bevat van een bij name genoemd of een gemakkelijk identificeerbare natuurlijke persoon.

De overheid moet bij de vraag op inzage de afweging maken tussen de openbaarheid van bestuursdocumenten en het vertrouwelijk karakter van die persoonsgegevens.

In artikel II. 34, 2° Bestuursdecreet wordt gesteld dat de overheidsinstanties een verzoek tot openbaarmaking afwijzen als de openbaarheid afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking heeft ingestemd.

Artikel II. 39 Bestuursdecreet stelt dat de uitzonderingen geval per geval restrictief uitgelegd worden.

In de memorie van toelichting bij het bestuursdecreet wordt geteld dat artikel II. 34, 2° een absolute uitzonderingsgrond is. Dit wil zeggen dat de instantie enkel vaststelt dat de openbaarmaking afbreuk doet aan één van de in artikel II. 34 van het Bestuursdecreet opgesomde belangen. Is dit het geval, dan moet de overheid het verzoek op openbaarmaking te verlenen, weigeren.

Conclusie

De overheid moet de inzage in het persoonlijk dossier van personeelslid Y weigeren, "tenzij de betrokken persoon met de inzage, de uitleg of de mededeling in afschrift heeft ingestemd".