Ben je geen GO! professional? Surf dan naar www.g-o.be, onze algemene website.
menu

Wie is er bevoegd voor het toekennen van verloven, terbeschikkingstellingen, loopbaanonderbrekingen, afwezigheden enz.?

Artikel 27§1-1° van het Bijzonder Decreet van 14 juli 1998 legt vanaf 1 januari 2000 de bevoegdheid van het beheer van de loopbaan van de personeelsleden bij het college van directeurs. Dit betekent dat dit college exclusief bevoegd is voor het toekennen van alle verloven, terbeschikkingstellingen, loopbaanonderbrekingen, afwezigheden, enz.

In het Bijzonder Decreet is er geen delegatiebevoegdheid voorzien bij de bevoegdheden van het college van directeurs wat betekent dat ondermeer elke aanvraag voor het verkrijgen van om het even welk verlof, terbeschikkingstelling, afwezigheid enz. dient geagendeerd te worden en beslist op een zitting van het college. Het is logisch dat het instellingshoofd van de instelling van affectatie van de aanvrager een advies geeft aan het college over de aanvraag. Natuurlijk kan men voor aanvragen die geen enkel probleem inhouden werken met globale lijsten, die in hun geheel worden geagendeerd en beslist. De beslissing wordt ondertekend door de voorzitter van het college namens het college van directeurs uit hoofde van zijn ambt.

Aanvragen tot het voortijdig beëindigen van een toegestaan verlof, terbeschikkingstelling of afwezigheid worden eveneens geagendeerd en beslist door het college. Een uitzondering: de voortijdige beëindiging van een toegestane loopbaanonderbreking: dit behoort tot de bevoegdheid van de minister van Onderwijs.