Ondersteuningsmodel

​Vanaf 1 september 2017 treedt met de invoering van ondersteuningsnetwerken een nieuw ondersteuningsmodel in werking voor de ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs.

Het ondersteuningsmodel moet ervoor zorgen dat elke school gewoon onderwijs aanspraak kan maken op een ondersteuningsnetwerk. Voor het GO! is dit alvast een hefboom om de visie naar meer inclusief onderwijs te realiseren tegen 2030.

Om zoveel mogelijk de versnippering van de beschikbare middelen tegen te gaan en de nodige expertisebreedte te realiseren, kiest het GO! voor ondersteuningsnetwerken op provinciaal niveau. Daarbinnen worden dan samenwerkingsverbanden gevormd. Het GO! tekende een aantal modellen uit.

1. Provinciale ondersteuningsnetwerken

Ondersteuningsnetwerk-provincies.png

Antwerpen
SGR 1+3+4+5+6+7

Oost-Vlaanderen
SGR 17+18+19+20+21+22+23+24
Vlaams-Brabant en Brussel
SGR 8+9+10+11+12
West-Vlaanderen
SGR 25+26+27+28
Limburg
SGR 13+14+15+16

Deze netgebonden ondersteuningsnetwerken kunnen over de netten heen samenwerken.

2. Samenwerkingsverbanden per ondersteuningsnetwerk

Een ondersteuningsnetwerk bestaat uit samenwerkingsverbanden tussen scholen buitengewoon onderwijs, scholen gewoon onderwijs, PBD en CLB.
Voor het GO! zullen de samenwerkingsverbanden geïnspireerd zijn op het voorbije waarborg-project.
Samenwerkingsverbanden-provincies.png

Antwerpen
samenwerkingsverband 1;
SGR 1+3
samenwerkingsverband 2:
SGR 4+7
samenwerkingsverband 3:
SGR 5+6
Oost-Vlaanderen
samenwerkingsverband 1:
SGR 17+18
samenwerkingsverband 2:
SGR 19
samenwerkingsverband 3:
SGR 20+21
samenwerkingsverband 4:
SGR 22
samenwerkingsverband 5:
SGR 23+24
Vlaams-Brabant en Brussel
samenwerkingsverband 1:
SGR 11+12
samenwerkingsverband 2:
SGR 8+9+10
West-Vlaanderen
samenwerkingsverband 1:
SGR 25+27
samenwerkingsverband 2:
SGR 26+28
Limburg
samenwerkingsverband 1:
SGR 13+14
samenwerkingsverband 2:
SGR 15+16

De centrale diensten maakten deze oefening omwille van de complexiteit van de verplichtingen en om te garanderen dat iedereen op ondersteuning kan rekenen indien nodig. Hierbij werd maximaal rekening gehouden met de realiteit in het veld.

De opdracht van de ondersteuningsteams impliceert dat deze werken in fase 2 en 3 van het zorgcontinuüm. 

3. Verdeling van de middelen

De door de overheid verdeelde middelen zijn:

  • GON-middelen
  • Waarborg-middelen: dit is de omkadering die vrij komt door het dalend aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs (telling 1/2) en die t.e.m. schooljaar 2016-17 netgebonden toegekend werd.
  • Extra 15,2 miljoen euro

3.a. Verdeelsleutel toekenning middelen

Op basis van het aantal leerlingen dat school loopt in de scholen voor gewoon onderwijs de enveloppe waarop dat ondersteuningsnetwerk een beroep kan doen. Voor de verdeling geldt het volgende principe:

  • 70% lineair op basis van het marktaandeel van de verschillende onderwijsverstrekkers;
  • 30% op basis van het gemiddeld aantal leerlingen met GON-ondersteuning van de voorbije zes schooljaren, aanwezig in de scholen voor gewoon onderwijs.

De middelen komen toe bij de paritaire commissie. Deze commissie zal de middelen verdelen over de verschillende ondersteuningsnetwerken en toekennen aan de scholen buitengewoon onderwijs die de ondersteuningsteams zullen aanstellen.

3.b. Prioritaire inzet type 2-4-6-7

De overheid wil de garantie dat GON-leerlingen met een (gemotiveerd) verslag type 2, 4, 6 of 7 (auditieve beperking) ondersteuning blijven krijgen die vergelijkbaar is met de huidige ondersteuning. De leerlinggebonden financiering blijft daardoor behouden voor deze doelgroepen en wordt dus niet verdeeld op basis van de 70-30 verdeelsleutel. De overheid vertrekt hiertoe van het budget dat er op vandaag voor deze groep voorhanden is. Dit budget fluctueert mee naar rato van het aantal leerlingen met een (gemotiveerd) verslag van type 2, 4, 6 en 7. 

3.c. Vragen tot ondersteuning

Ondersteuningsvragen kunnen op verschillende manieren tot stand komen:

  • via verslaggeving van het CLB;
  • via ondersteuningsnoden van scholen.

Het samenwerkingsverband verzamelt deze vragen. Via een vooraf afgesproken aanpak zal deze de ondersteuningsopdracht opnemen. De dagelijkse aansturing van het ondersteuningsteam gebeurt door een coördinator per samenwerkingsverband.

4. Bijkomende engagementen overheid

De overheid zal samen met de sociale partners een grondige evaluatie en monitoring doorvoeren waarvan de resultaten in april 2019 beschikbaar zijn.