Modernisering secundair onderwijs

De hervorming van het secundair onderwijs is geen recent gegeven.

Al in 2009 werd het rapport Monard gepubliceerd, in 2010 was er de oriënteringsnota 'Mensen doen schitteren' waarna in 2013 door de toenmalige Vlaamse regering het Masterplan secundair onderwijs werd opgesteld. In dat Masterplan secundair onderwijs staan 71 maatregelen waarvan een groot deel al uitgevoerd is of in uitvoering is.

Deze legislatuur werden de screenings van alle studierichtingen in het secundair onderwijs afgerond (ook een maatregel uit dat Masterplan), waarna het wachten was op een conceptnota over de architectuur secundair onderwijs. Sinds 31 mei liggen er dan ook twee conceptnota’s, één over het basisonderwijs en de 1e graad en één over de 2e en 3e graad.

Op vrijdag 13 januari 2017 kwam de Vlaamse regering in het dossier rond de modernisering SO tot een akkoord over het studieaanbod in de tweede en de derde graad. Het akkoord wordt als een addendum aan de conceptnota’s van mei 2016 toegevoegd. Er werd ook een voorstel geformuleerd voor basisopties in het tweede leerjaar van de eerste graad.

Er komen 8 studiedomeinen in plaats van de bestaande 29 studiegebieden in de tweede en de derde graad. De acht domeinen zijn taal en cultuur, STEM, kunst en creatie, land- en tuinbouw, economie en organisatie, maatschappij en welzijn, sport, en voeding en horeca.

Het GO! is teleurgesteld in het bereikte akkoord.

  • Vrijblijvendheid: De vrijblijvendheid waarmee scholen het geactualiseerde studieaanbod wel of niet zullen toepassen, is problematisch. Een verdeeld landschap zoals dat bij het VSO het geval was mag niet het resultaat zijn. De bedoeling van de hervorming was om een helder aanbod voor ouders en leerlingen te creëren en dat komt er niet wanneer scholen zelf kunnen kiezen via welk schoolconcept ze dit realiseren. Op die manier blijven verschillende systemen naast en door elkaar bestaan en verdwijnt elke transparantie.

  • Uitgestelde studiekeuze: Het is noodzakelijk om leerlingen een goed geïnformeerde studiekeuze te laten maken, daarom moet de eerste graad breed oriënterend en observerend zijn. Daarvan is nu geen sprake, wel integendeel. In het tweede jaar moeten leerlingen al keuzes maken die bepalend zijn voor hun verdere studieloopbaan. Dit blijkt ook uit de invulling van de basisopties die in vergelijking met vandaag niet verminderen maar toenemen. In de toekomst zullen er voor de A-stroom 23 basisopties mogelijk zijn in het tweede leerjaar, terwijl het er nu 21 zijn.

  • Het ordeningskader – de onderwijsvormen: Het behoud van de onderwijsvormen ASO/TSO/BSO/KSO staat haaks op de perspectieven doorstroom, dubbele finaliteit en arbeidsmarkt. Weinig mensen weten bijvoorbeeld dat de onderwijsvorm TSO zowel doorstroomgerichte opleidingen, opleidingen met dubbele finaliteit als arbeidsmarktgerichte opleidingen bevat. Het behouden van de labels zorgt ervoor dat de huidige perceptie ten aanzien van de onderwijsvormen blijft bestaan, en dat de waterval structureel blijft ingebed in ons onderwijssysteem.

  • Het ordeningskader – domeinoverschrijdende studierichtingen binnen de doorstroomgerichte finaliteit: De sterkte van het werken met domeinen is het helder maken van de inhoudelijke verwantschap tussen studierichtingen. Studierichtingen hieraan onttrekken door ze domeinoverschrijdend te maken – wat nu gebeurd is met de huidige ASO-opleidingen –, werkt verwarrend. Het zou logisch zijn om bijvoorbeeld Grieks-Latijn thuis te brengen in het domein Taal en cultuur en Humane wetenschappen in het domein Maatschappij en welzijn. Daar zou geen discussie over mogen bestaan.  

  • Toekomstgericht – arbeidsmarktgerichte finaliteit in de derde graad: Een aantal arbeidsmarktgerichte studierichtingen in de derde graad zijn gekoppeld aan te smalle beroepskwalificaties waardoor jongeren te eng worden opgeleid, zoals bijvoorbeeld fietsinstallatie en -herstelling en meubel- en interieurwerk. Dit staat haaks op de noodzaak aan breed gevormde en flexibel inzetbare werkkrachten op de snel veranderende arbeidsmarkt van vandaag.

  • Toekomstgericht – beroepssecundair onderwijs versus buitengewoon secundair onderwijs binnen opleidingsvorm 3: Daarnaast valt de zeer strikte opsplitsing van de arbeidsmarkgerichte opleidingen in BSO en BuSO OV3 niet te verzoenen met ons streven naar een inclusieve samenleving, noch met de initiatieven die de overheid hieromtrent zelf neemt. Ze bereiden immers voor op dezelfde reguliere arbeidsmarkt.

  • Van structuur naar inhoud: Een nieuw aanbod van studierichtingen kan niet los worden gezien van het lopende gesprek over de eindtermen. Belangrijk is dat de eindtermen niet op het niveau van de studierichting of de onderwijsvorm worden vastgelegd, maar rekening houden met de finaliteit. Dat betekent dat er gemeenschappelijke eindtermen zijn voor alle leerlingen binnen de doorstroomgerichte finaliteit en voor alle leerlingen binnen de arbeidsmarktgerichte finaliteit. De huidige eindtermen moeten daarom geactualiseerd worden.

Via o.a. de Vlaamse onderwijsraad kan er nu advies gegeven worden op dit addendum. We blijven onze visie verdedigen om onze doelen te realiseren: het realiseren van gelijke onderwijskansen en het tegengaan van sociale ongelijkheid, het watervaleffect en vroegtijdig en ongekwalificeerd schoolverlaten tegengaan.

Er zijn al heel wat maatregelen uit het masterplan SO in uitvoering. En hoe de matrix er uiteindelijk ook zal uitzien, wij blijven samen met jullie werken aan een kwalitatieve invulling van het secundair onderwijs zodat elke leerling er een plek vindt en zijn talenten kan ontdekken en ontplooien.

Omdat leerlingen, ouders, schoolteams en directies rechtstreeks betrokken zijn bij deze modernisering, is het belangrijk dat iedereen goed en correct geïnformeerd wordt over wat er tijdens deze legislatuur nog zal gebeuren. Op deze pagina bundelen we daarom alle relevante informatie en kan er ook steeds contact opgenomen worden met de collega’s binnen de centrale diensten die dit dossier opvolgen.