Informatie voor professionals

CLB in een notendop

De centra voor leerlingenbegeleiding, kortweg CLB, hebben tot opdracht bij te dragen tot het welbevinden van alle leerlingen, nu en in de toekomst.

De werking en expertise van een CLB concentreert zich op 4 verschillende begeleidingsdomeinen: leren en studeren, onderwijsloopbaanbegeleiding, preventieve gezondheidszorg en psycho-sociaal functioneren (zie de CLB-spin). Hiernaast heeft het CLB eveneens een rol te vervullen binnen de schoolondersteuning.

Het CLB werkt vraaggestuurd, op vraag van de leerling, ouders of school. Hiernaast is de CLB-begeleiding verplicht bij spijbelen en sommige medische onderzoeken. Het CLB werkt bovendien altijd gratis.

 

De CLB’s situeren zich op een scheidingslijn tussen de beleidsdomeinen onderwijs en welzijn. Deze opdrachten lopen door elkaar heen. Zo kan het zijn dat een leerling problemen vertoont op school, waarvoor een aanpak binnen de welzijnscontext (integrale jeugdhulp) nodig is. Hiervoor is het belangrijk dat het CLB zijn draaischijffunctie tussen verschillende actoren en sectoren kan vervullen (zie volgende passage).

De schoolnabije werking van het CLB is cruciaal. Het CLB werkt hier subsidiair ten opzichte van de school, wat betekent dat het CLB ondersteuning biedt op het moment dat de draagkracht van de ouders of school overschreden wordt.

CLB als draaischijf in een netwerk

Het is de taak van elke leerkracht om aan signaaldetectie te doen en gepast met deze signalen om te gaan. Vaak kan de school binnen het kader van haar zorgbeleid en leerlingbegeleiding zelf rond deze signalen werken. Leerkrachten zijn echter geen hulpverleners. Een school kan twijfelen en zich afvragen of er niet meer begeleiding nodig is dan zij zelf kan garanderen. In zo'n geval richt de school zich in samenspraak met de leerling en de ouders het best tot het CLB.

Het CLB doet, in samenspraak met de school, de leerling en de ouders aan vraagverheldering, bekijkt wat alle betrokkenen zelf kunnen opnemen of er eventueel moet doorverwezen worden naar meer gespecialiseerde hulp. Het CLB krijgt immers vanuit het decreet CLB de belangrijke rol van draaischijf tussen onderwijs, de welzijns- en gezondheidssector. CLB's vormen in het verlengde daarvan een netwerk met de diensten uit hun regio die hulp aan jongeren kunnen bieden.

Beroepsgeheim

Beroepsgeheim betekent dat de CLB-medewerker een geheimhoudingsplicht heeft over alles wat hij tijdens de beroepsuitoefening verneemt, als gevolg van een vertrouwensrelatie.  Een persoon die beroepsgeheim heeft, mag dingen die hij hoort of die hij te weten komt door zijn beroep niet zomaar doorvertellen. Het beroepsgeheim van de hulpverlener geldt ook ten aanzien van de ouders van de minderjarige cliënt. Ouders hebben niet zomaar recht op informatie van de hulpverlener, enkel gebaseerd op hun ouder-zijn.

Er bestaan een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer de cliënt in groot gevaar verkeert moet de CLB-medeweker in sommige gevallen zijn geheimhoudingsplicht doorbreken.

Binnen een CLB-team is er sprake van een gezamenlijk beroepsgeheim. Dit betekent dat het beroepsgeheim rust op een team van hulpverleners in plaats van op elk teamlid afzonderlijk. Alle voor de hulpverlening relevante informatie aangaande de cliënt kan vrij circuleren binnen het team.

Gedeeld beroepsgeheim : het CLB kan in het kader van het hulpverleningsproces relevante informatie doorgeven aan andere jeugdhulpvoorzieningen binnen de integrale jeugdhulp die eveneens gebonden zijn aan een beroepsgeheim. Er wordt vooraf met de leerling/cliënt besproken en toestemming gevraagd welke informatie aan wie wordt doorgegeven.

CLB en leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

Het decreet maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, kortweg het M-decreet, gaat van start op 1 september 2015.  Dit decreet geeft aan het CLB de exclusieve bevoegdheid attesten uit te schrijven die toegang geven tot het buitengewoon onderwijs.

Met een zogenaamd ‘verslag van het CLB’ kan een kind naar het buitengewoon onderwijs. Een ‘gemotiveerd verslag van het CLB’ geeft recht op GON-begeleiding. School, CLB en ouders bespreken samen of een kind zo’n verslag nodig heeft.

Het gesprek tussen de drie partijen verloopt aan de hand van de sjablonen voor het (gemotiveerd) verslag. Startvraag is: wat heeft dit kind nodig om te leren? En vervolgens: welke zorg en aanpassingen kan de gewone school bieden en heeft de school al geboden (zorgcontinuüm)? Hoe kan GON-begeleiding helpen?

Als redelijke aanpassingen niet mogelijk zijn of niet volstaan om het kind te laten leren, groeien en openbloeien, dan kan een verslag gegeven worden. Het kind kan dan naar het buitengewoon onderwijs.

Wat als de school, het CLB en de ouders het echt niet eens geraken? Dan hakt het CLB de knoop door. In de toekomst wordt eveneens een bemiddelingscommissie opgericht die dergelijke conflicten zal behandelen.

Lees de veelgestelde vragen m.b.t. het M-decreet

CLB & Integrale Jeugdhulp?

Het decreet op de Integrale Jeugdhulp (kortweg IJH), dat van start ging op 1 maart 2014, luidde het begin in van een hernieuwd jeugdlandschap. Dit decreet is van toepassing op de volgende sectoren:

  • Centra voor Integrale Gezinszorg (CIG)
  • Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB)
  • Centra geestelijke gezondheidszorg (CGG)
  • Kind en Gezin (K&G)
  • Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH)
  • Bijzondere Jeugdbijstand
  • Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW)
  • Pleegzorg

Integrale jeugdhulp biedt aan minderjarigen, hun ouders, en in voorkomend geval hun opvoedingsverantwoordelijken en de betrokken personen uit hun leefomgeving die daar behoefte aan hebben, hulp en zorg op maat die met een grote mate van flexibiliteit de hulpvraag proberen te beantwoorden. Ze doet dat door een gemeenschappelijke analyse van de hulpvraag in een sector-overschrijdende samenwerking tussen jeugdhulpaanbieders en intersectorale afstemming van het jeugdhulpaanbod. Het jeugdhulpaanbod kan herzien worden in functie van wat als efficiënt, effectief en ondersteunend ervaren wordt door de minderjarige, zijn ouders, en in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken.

 Ze omvat:

  • Rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp: CLB, Kind en Gezin, CAW, beperkte dagopvang VAPH, JAC, …
  • Niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp: MPI, aanvraag hulpmiddelen bij slechtziendheid, persoonlijk assistentiebudget, begeleidingstehuis, kamertraining, ….
  • Gerechtelijke jeugdhulp, opgelegd door een jeugdrechter.

 Niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp is enkel beschikbaar voor personen die hiervoor een aanvraag indien bij de toegangspoort. Het CLB kan deze vereiste aanvraag indien voor leerlingen van de school.

 De jeugdhulp vertrekt van de hulpvraag of de hulpbehoefte van de personen tot wie ze zich richt en sluit daar maximaal bij aan. Als verschillende vormen van jeugdhulp gelijkwaardig aan een jeugdhulpvraag of jeugdhulpbehoefte kunnen beantwoorden, wordt de minst ingrijpende vorm van jeugdhulp aangeboden.

Samenwerkingsakkoorden

De CLB-sector heeft reeds vele samenwerkingsakkoorden en –verbanden afgesloten. De onderstaande lijst toont een overzicht van samenwerkingsakkoorden/verbanden die werden afgesloten op sectorniveau. De InternettenSamenwerkingsCel, kortweg ISC, verbindt hierbij alle 72 centra voor leerlingenbegeleiding in Vlaanderen, over de heen netten.

  • CAR: Centrum voor Ambulante Revalidatie
  • COS: Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen
  • Kind & Gezin (Vertrouwenartsencentra voor Kindermishandeling)

Hiernaast sluiten CLB’s ook op lokaal niveau samenwerkingsverbanden af.

De ISC stuurt eveneens de werking aan van netoverstijgende projecten zoals LARS (elektronisch leerlingendossier), Onderwijskiezer en Prodia (prodiagnostiek).